Menu

Projectportfolio

Laat onze onderzoeksthema's en -potentieel een inspiratiebron zijn om samen nieuwe horizonten te verkennen

Vlaams Bijenteeltprogramma 2020-2022

1. Technische bijstand voor bijenhouders en bijenhoudergroeperingen

Hbv Foto 026: koningin (achtergrond) en werkster bij (voorgrond)

  • Startende imkers zijn bij uitstek het slachtoffer van de complexiteit van het moderne bijenhouden. Het is van het allergrootste belang dat zij van bij aanvang de correcte informatie meekrijgen om het imkeren zo snel en zo goed mogelijk onder de knie te krijgen. De redactie van een allesomvattende handleiding voor het imkeren in Vlaanderen wordt doorgeschoven naar de bijenteeltverenigingen. Wel voorzien we een kritische update van de ‘Gids voor goede bijenteeltpraktijken’ waarbij het aspect ‘startende imker’ beter gecoverd dient te worden. De druk van deze ‘Gids’ valt evenwel buiten de scope van dit project. Mogelijk kan hier via andere kanalen de nodige financiering voor gevonden worden, zoals dat in Wallonië gebeurt. Ook voorzien we het maken van educatieve posters voor het verfraaien van de bijenhal, het slingerlokaal of het vergaderlokaal.
  • Daarnaast merken we dat het soms moeilijk is de gevestigde imkers te overtuigen van nieuwe visies of manieren van werken. We missen soms aan overtuigingskracht omwille van een sterke vooringenomenheid of door de voortdurende confrontatie met stromen van desinformatie. Honeybee Valley moet zich hierin beter profileren en manifesteren. De rubriek ‘Know It’ op haar website is hier uitermate geschikt voor en dient verder uitgebouwd te worden in het kader van onderhavig project.
  • Verder willen we werk maken van gezondheidsassistenten (of coachen) die imkers kunnen helpen om de soms moeilijke informatie (cf. brochures over bedrijfsmethoden en technieken) te begrijpen en te kunnen toepassen. Het is op een manier een opwaardering van de functie van beëdigd assistent, die nu enkel tussenkomt bij de wettelijke ziekten, een functie die mogelijkerwijze straks wordt overgenomen door dierenartsen. De opleiding van deze gezondheidsassistenten, meer bepaald de vergoeding van de lesgevers, valt buiten de scope van dit project.
  • In de vorige campagne werd duidelijk dat een goede imker zijn/haar bedrijfsvoering afstemt op wat hij/zij ziet in en rond de bijenkast. Het ‘lezen van bijen en de omgeving’ is een vage omschrijving die dit aspect omvat. Het is waarschijnlijk de overtreffende trap in het bijenhouden; iedereen heeft het er over, maar het is zo moeilijk om hierover te communiceren. Wij gaan in de onderhavige campagne alvast een ernstige poging doen en de communicatie hierover zal verlopen via de website van Honeybee Valley, eventueel ook als brochure. Beeldmateriaal van bijen op de vliegplank en op de raten zal dit alles documenteren.
  • We willen de imkersverenigingen ondersteunen in het advies naar verschillende doelgroepen (actoren) over hoe zij maatregelen kunnen nemen ten gunste van de honingbij. Communicatie zal verlopen via de Honeybee Valley website onder de rubriek ‘Fix It’ en ‘Plant It’. Deze laatste is een online zoekfunctie om bijenvriendelijke planten te vinden die momenteel al sterk is uitgebouwd, maar die nog een zekere (tijds-)investering behoeft. Om de informatie voor ‘Fix It’ te verzamelen voorzien wij een reeks van interviews met deskundigen ter zake. Honeybee Valley overweegt om het resultaat van deze actie te valideren onder de vorm van twee naslagwerken, respectievelijk een ‘bijenplantengids’ en een boek met ‘maatregelen om de bijensterfte te keren’. De drukkosten gerelateerd aan de ‘bijenplantengids’ valt buiten de scope van dit project omdat de imkerij dit als laag prioritair beschouwt. Mogelijks wordt het drukken van dit naslagwerk op een alternatieve manier gefinancierd (crowd funding).
  • Verder heeft de imkerij nood aan een nieuw VADEMECUM. De vorige editie werd geënt op de Koninklijke Vlaamse Imkersbond, vzw. Het zou de bedoeling zijn om nu alle bonden hierin op te nemen. Zo kan men verenigingen, instellingen en personen die in Vlaanderen gelinkt zijn met de bijenteelt, gemakkelijk opsporen.
  • Het dossier van de was vervalsing heeft duidelijk gemaakt dat er nood is aan een meldpunt bij noodprocedures. Dit moet de imker toelaten snel verontrustende observaties te communiceren aan de gemeenschap en een cascade van stappen in gang te zetten met als doel het probleem te identificeren en te omschrijven, en eventuele corrigerende maatregelen in te leiden. Dit alles moet in harmonie zijn met de procedures en regelgeving van het voedselagentschap (FAVV) en ook juridisch sluitend zijn, opdat de getroffen imkers eventuele vergoedingen en/of compensaties voor de geleden schade kunnen afdwingen.
  • De educatieve en experimentele bijenstanden zullen verder ondersteund worden. Dit betekent dat verder zal ingezet worden op verbetering van hun infrastructuur en hun visibiliteit naar het brede publiek toe. Zo zal de programmatie van de verschillende bijenstanden gecentraliseerd worden op de website van Honeybee Valley. Startende imkers kunnen zich ervan vergewissen welke activiteiten in hun regio georganiseerd worden door deze centra. Deze educatieve en experimentele bijenstanden zijn uitermate belangrijk om het Vlaams Bijenteeltprogramma dichter bij de basis te krijgen. Zij worden dan ook voor verschillende programmapunten ingeschakeld om de informatiestroom naar de basis te faciliteren. Verder zullen zij actief deelnemen in programmapunt 2. Bestrijding van de Varroa-mijtziekte. Naast de educatieve en experimentele bijenstanden werden deze recent met ‘Annex’ bijenstanden uitgebreid. Het is niet de bedoeling deze Annex standen te ondersteunen voor het onderhouden en uitbreiden van de infrastructuur. Doch, hun activiteiten zullen mee geafficheerd worden en waar mogelijk worden zij ingezet om de informatie tot bij de imker te krijgen. Gezien de vele jaren aan investering in de infrastructuur van deze centra, kan verwacht worden dat de noden momenteel beperkt zijn. We voorzien hiervoor dan ook slechts een beperkt budget.
  • De Newsflash wordt momenteel ongeveer wekelijks verstuurd naar meer dan 1.100 geregistreerde deelnemers van de Honeybee Valley website. Hiermee wordt ingespeeld op de actuele thema’s die van belang zijn voor de Vlaamse imker. Er wordt ook herinnerd aan specifieke acties die de imker in het kader van de varroabestrijding dient uit te voeren. Dit zal uiteraard verdergezet worden in de nieuwe campagne en waar mogelijk uitgebreid worden met goed gedocumenteerde instructie-foto’s en -video’s.
  • Nog meer dan voorheen dient het Vlaams Bijenteeltprogramma een aanspreekpunt te zijn niet alleen voor imkers, maar ook voor het brede publiek. De moeilijkheden die de bij ondervindt, krijgt veel media-aandacht waardoor mensen met vragen zitten over hoe ze hierbij kunnen helpen. Een goede communicatie met hen is onontbeerlijk voor de uitstraling en de draagwijdte van het programma. Imkers hebben dan weer allerlei technische vragen waar een wetenschappelijk gefundeerd antwoord voor nodig is. Het bijenloket dient voor al deze vragen het brandpunt te zijn. Veel meer dan vroeger zijn imkers zeer actief op allerlei fora en zoeken zij informatie op het web. Jammer genoeg zijn hier ook veel onwaarheden op terug te vinden die hardnekkig op websites en fora blijven circuleren. Hier dient op ingespeeld te worden door kort op de bal te spelen en bij te sturen waar nodig.

2. Bestrijding van de Varroa-mijtziekte

Hbv Foto 019: varroamijt op bijenraam

  • Imkers dienen bij de hand genomen te worden om een degelijke Varroa-behandeling uit te voeren. In de voorgaande campagne werden technische brochures uitgegeven om duidelijk aan te geven hoe correct en efficiënt kan behandeld worden. In dit onderhavig projectvoorstel hebben we de ambitie om een Varroa populatie model uit te werken. Dit model dient aan te geven wat een gemiddelde mijtenpopulatie in een volk is, op elk tijdstip van het jaar. Het model moet ook aangeven wanneer een bijenvolk te veel mijten heeft en dus in de gevarenzone zit en dient te worden behandeld. Door parameters als broed- en volksontwikkeling toe te voegen zal een imker in staat zijn om een Varroa-telling die hij doet door het model te laten interpreteren en een voorspelling te maken wanneer het volk in de gevarenzone terecht komt.
  • Er verschijnen regelmatig apparaatjes om op afstand tal van parameters van een bijenkast te meten (temperatuur, gewicht, vochtigheid, geluid,…). In de vorige campagne werd reeds een voorzichtige start gemaakt met het opzetten van een netwerk van kasten die we via ‘remote sensing’ opvolgen. In het kader van het Varroa populatie model willen we dit verder uitbouwen en zo data over de Varroa-mijt koppelen aan de kastomstandigheden. De financiële investering kan hier tot een minimum beperkt worden omdat het Europese B-GOOD project dit grotendeels covert. Maar onderhavig project kan wel de link leggen met de lokale imkers. Het B-GOOD project voorziet immers dat in het tweede werkingsjaar lokale imkers worden betrokken in het uittesten van deze ‘remote sensing’. Daarnaast zal de logbook functionaliteit van het B-GOOD gegevensplatform aan alle Vlaamse imkers worden aangeboden.  

3. Steun van laboratoria voor de analyse van de producten van de bijenteelt

Dsc 7534

  • Enkele gevallen van honingfraude die de voorbije jaren aan het licht zijn gekomen ondersteunen de verderzetting van de kwaliteitscontrole van de honing. Het luik onaangekondigde controle mag hierin aan belang winnen.
  • Ook is er behoefte om de imkers te ondersteunen bij de aankoop van bijenwas; we bedoelen hiermee niet zozeer de geldelijke ondersteuning, maar de controle op de kwaliteit zowel naar echtheid (vervalsing) als naar aanwezigheid van residuen van pesticiden. In de vorige campagne werden reeds verschillende waswafeltoestellen aangekocht en uitgeleend aan imkersverenigingen. Zo kunnen imkers die hun eigen was willen recupereren via hun vereniging deze was omzetten naar bruikbare waswafels. Veel vooral startende imkers hebben echter onvoldoende eigen bijenwas om te hersmelten en dienen hiervoor waswafels aan te kopen in de handel. Toch is uit het Bee Best Check onderzoek gebleken dat deze was vaak vervuild is met pesticiden. De vervuiling met stearine in verschillende loten van verkochte waswafels die resulteerde in het hagelschotpatroon in het broed, ligt nog bij veel imkers zwaar op de maag. Vandaar dat we in de nieuwe campagne ook aandacht zullen hebben voor een kwaliteitscontrole van de bijenwas. We kiezen hier niet voor de commerciële bijenwas, omdat we vinden dat dit de verantwoordelijkheid is van de handelaar zelf. Wél zal de was van de lokale imker met een gesloten was circuit hiervoor in aanmerking komen. Het Toezichtcomité zal zich buigen over de toewijzing van de was-stalen die gecontroleerd zullen worden. Bij aanvang zal het budget van 20.000 EUR gelijk verdeeld worden over de honinganalyses en wasanalyses. Nadien kan dit in functie van de onderzoeksresultaten herbekeken worden.  

4. Steun voor het herstel van het communautaire bijenbestand

Hbv Foto 015 Koninginneteelt

  • Hier ligt het accent op het selecteren naar veerkrachtige bijen met als ultieme doelstelling in Vlaanderen te beschikken over honingbijen die zonder behandeling de Varroa-mijt de baas kunnen. Daar waar we in vorige campagne onze focus vooral legden op teeltwaardebepaling willen we nu onze reikwijdte verruimen en ook de nieuwe initiatieven die ondertussen elders ontstaan zijn, ondersteunen. Het Vlaams Bijenteeltprogramma moet als ambitie hebben alle selectie-initiatieven te overkoepelen, de geleverde inspanningen te financieren, de vorderingen op te volgen en hierover te rapporteren naar alle imkers. Het Comité Selectiewerk Vlaanderen krijgt hierin een centrale rol. Minstens twee keer per jaar komen alle selectiewerkers samen. In de voormiddag vergaderen de afzonderlijke subgroepen (zie verder); in de namiddag rapporteren zij aan alle collega’s, ook en vooral aan die van de andere subgroepen. Zo wordt iedereen geïnformeerd over de progressie van de verschillende subgroepen. Finaal wordt gezamenlijk beslist hoe we het budget voor selectie best kunnen aanwenden en worden de modaliteiten vastgelegd. Wij zien (voorlopig) volgende subgroepen:
  • Carnica-selectiewerk
  • Teeltwaardebepaling en BLUP-selectiewerk
  • ARISTA-selectiewerk
  • Buckfast-seleciewerk
  • Zwarte bij Vlaanderen-selectiewerk
  • Ecologisch alternatief volgens de Darwin's Black Box natuurlijke selectie
  • Verder blijkt dat duurzame selectie enkel mogelijk is als het repertoire aan beschermende fenotypes zo ruim mogelijk wordt genomen. Dit kan door de resistentie tegenover de Varroa-mijt uit te splitsen in een zo ruim mogelijk aantal beschermende fenotypes. Ook kan het Varroa populatie model uit thema 2 als referentiepunt dienen voor het selectiewerk. We kijken dan niet naar het mechanisme dat de honingbij beschermt, maar eerder naar het eindresultaat, met name de snelheid waarmee de Varroa-mijt zich in het volk ontwikkelt.
  • Het is de bedoeling dat op termijn in Vlaanderen meerdere (kleinschalige) landbevruchtingsstations worden uitgebouwd waar imkers uit de buurt met hun maagdelijke koningin terecht kunnen voor aanparing. Honeybee Valley zal hiervoor de eerste stappen in die richting zetten. Idealiter wordt de campus De Sterre bevolkt met lokaal aangepaste bijenpopulaties die voldoende veerkracht hebben verworven om zonder behandeling de Varroa-mijtziekte de baas te kunnen. Door het uitzetten van darrenvolken wordt de genenpoel in de nabije congregatiezone verbeterd. Lokale imkers die net buiten de reikwijdte van deze congregatiezone actief zijn, kunnen op termijn bevruchtingskastjes voor aanparing aanbieden. Er worden hiervoor evenwel geen werkingsmiddelen voorzien, omdat er in de voorbije campagnes reeds voldoende werd geïnvesteerd in de bijenstanden van Honeybee Valley.

5. Transhumance

Img 4557

Een cruciale doch vaak miskende vraag bij het houden van bijen is: wat is de draagkracht van het drachtgebied en hoe kan ik de grootte van mijn bijenstand hierop afstemmen. Wij willen een aanzet geven om de imker zelf te laten berekenen hoeveel kasten hij/zij idealiter houdt. Als blijkt dat te veel kasten op de bijenstand staan, zullen we advies geven naar welke cultuurgewassen de imker kan reizen om zo het evenwicht tussen bijen en drachtgebied te herstellen. Aangezien binnen het Europese B-GOOD project hier een aparte werkgroep aan gewijd is, zien wij ook hier onze taak eerder om als schakelpunt op te treden tussen het B-GOOD project en de Vlaamse imker.