Menu

Platform voor samenwerking

Honeybee Valley wil het probleem van de bijensterfte aanpakken door samenwerking met diverse partners

Scrol door enkele opvallende lezingen op Apimondia 2025

EU projects session

Naast de uitgebreide ApiExpo, zijn er op Apimondia heel wat voordrachten te volgen en posters te bezichtigen. Alle abstracts kan je hier nakijken, maar we geven alvast een overzicht van degene die ons zijn nagebleven.

Op de afbeelding de sprekers van de sessie over de EU-projecten (Sjef Van Der Steen - Insignia-EU, Cecilia Costa - Bee-Guards, Dirk de Graaf - Better-B, Giovanni Formato - B-Thenet) en de moderatoren (Eva Forsgren en Fani Hatjina).

Biologie van bij en plagen

In de sessie ‘Bee biology’ op de eerste dag van het congres mocht prof. Dirk de Graaf de spits afbijten. Hij had het over het onderzoek van doctoraatstudente Merel Braeckman die de hemocyten van de bij tracht te karakteriseren (foto 1). Door een palet aan antilichamen te genereren die met verschillende hemocyttypes kunnen interageren, kan de impact van verschillende stressfactoren op hemocyten onderzocht worden. Kort daarna vertelde Matthew Webster over zijn genoomonderzoek naar veerkracht van Europese honingbijen tegenover klimaatverandering binnen het Europese Better-B project. Hij toont hierbij aan dat de C-lijn (vooral Apis mellifera ligustica en A. m. carnica) van zuidoost Europa meer en meer met de M-lijn (A. m. mellifera) hybridiseert en deze laatste vervangt in het noorden en westen van Europa. Opvallend is dat de genetische variatie van deze hybride populaties het laagst is in Oostenrijk en Duitsland en het hoogst in het VK en Frankrijk (foto 2). Hoe hoger de genetische variatie, hoe breder het palet aan genen om in te zetten tegenover stressoren, dus hoe veerkrachtiger de bij. België scoort hierbij gemiddeld wat ons er doet op wijzen dat we aandachtig moeten zijn de genetische diversiteit breed te houden.

Na een begeesterende lezing van Lars Chittka over de geestelijke mogelijkheden van bijen (cf. zijn boek ‘The mind of a bee’) (foto 3), werden we overspoeld met lezingen over de stressoren waar onze bijen mee te maken krijgen. Over de Aziatische hoornaar is iedereen het eens: deze gevestigde soort dient in toom gehouden te worden en beheersplannen zijn van groot belang hierbij. Eerste onderzoek in Spanje over Beauveria bassiana, een schimmel dat als biocontrole kan worden ingezet, blijkt voorzichtig positief (foto 4). Waakzaamheid blijft belangrijk als het gaat over de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) en de Tropilaelaps mijt, die beiden genadeloos oprukken.

Uiteraard werden tal van posters en voordrachten gewijd aan varroa. Hierbij vielen de presentaties van de groep van Jiri Danihlik (Tsjechië) op, waarbij de negatieve effecten van oxaalzuurstrips op de immuniteit en metabolische pathways van bijenlarven en volwassen bijen werden getoond (foto’s 5 en 6). De oxaalzuur-glycerine strips bevatten namelijk een veel hogere concentratie aan oxaalzuur (40g ongeveer) t.o.v. het druppelen of sublimeren (1,5g) en voorzichtigheid met strips naar de gezondheid van bijen is aangewezen.

EU projecten

In een apart symposium werden de 4 grote Europese projecten voorgesteld. Cecilia Costa deed een verwoede poging om in 30 minuten het Bee-Guards project toe te lichten (foto 8). Met een uitgebreid consortium trachten zij veerkracht terug te brengen op verschillende niveaus, nl. de individuele honingbij, de kolonie, de imker, agro-ecosystemen en de samenleving. Daarna kwam Better-B aan bod dat Dirk de Graaf aanbracht a.d.h.v. een bij en imker in de vorm van tekenfiguren die in hun conversatie overlopen hoe meer veerkracht in de bijenteelt kan plaatsvinden (foto 9). Het terugbrengen van het evenwicht in het bijenvolk en de harmonie herstellen staan hierbij centraal. Giovanni Formato lichtte het 3de lopende Europese project toe, B-Thenet (foto 10). Door goede imkerpraktijken in de eigen landstaal op een digitaal platform aan te bieden, willen de partners duurzaam imkeren promoten. Als laatste stelde Sjef Van Der Steen het reeds afgelopen INSIGNIA-EU project voor waarbij honingbijen als biomonitoring worden gebruikt voor milieuverontreiniging (foto 11). De resultaten tonen o.a. aan dat pesticiden, microplastics en luchtverontreiniging (in de vorm van VOCs en PAHs) overal aanwezig zijn.

Selectie naar Varroa resistentie

Op de 2de dag van het congres werd een ronde tafel georganiseerd over selectie naar Varroa resistentie. Panelleden waren niet de minste, nl. Fanny Mondet, Steve Riley, Stephen Martin, Barbara Locke, Per Kryger en Ralph Büchler als moderatoren, Steve Pernal, Pierre Giovenazzo, Johann Fischer, Torsten Ellmann en Stefan Mandl (foto 12 vrnl). Het auditorium bleek te klein, waardoor heel wat mensen die geen zitplaats meer konden vinden, genoodzaakt waren om buiten te wachten. Het bleek dan ook een bijzonder interessant gesprek te zijn, waarbij de algemene teneur is om concrete stappen te zetten om finaal onze bijenvolken te stoppen met behandelen met chemische producten. Varroaresistentie is reeds bij vele bijenpopulaties opgetreden en men weet ondertussen dat het geen zin heeft om nateelt hiervan massaal te verspreiden. Varroaresistentie dient lokaal te ontstaan en kan je alleen maar bereiken door mijten te tellen, mijten te tellen en mijten te tellen (cf. presentatie van Fanny Mondet, foto 13). Kenmerken die bijzonder waardevol zijn om op te volgen, blijven recapping en MNR (mite non-reproduction). Deze laatste blijkt bovendien aanwezig te zijn in zowel de Gotland populatie (cf. presentatie Barbara Locke, foto 14) als de varroaresistente volken op Hawaï (cf. presentatie Stephen Martin, foto 15). Al is een groot verschil tussen beide populaties: de volken in Gotland blijken te stagneren in groei en doen het algemeen niet al te goed, terwijl de volken in Hawaï het zeer productief zijn en veelvuldig zwermen. Moderator Ralph Büchler deelde zijn ervaringen met het EurBest project waarbij de verbanden tussen de verschillende Varroa resistente eigenschappen werden gelegd (foto 16). Hij voerde tevens een pleidooi om stillaan de winterbehandeling achterwege te laten. We hebben namelijk te lang bijenvolken met te hoge mijtenaantallen door de winter gesleurd waarvan het jaar nadien de genen worden doorgegeven, ofwel via darren of via de koninginnenteelt. Volken die geen varroaresistente kenmerken vertonen en de mijtenpopulatie laten exploderen, zouden niet in de genenpoel mogen terechtkomen.

Deze gedachtegangen zijn volledig in lijn met het vernieuwde selectieproject dat we met Honeybee Valley wensen in te dienen bij het Strategisch Plan Bijenteelt 2026-2027. Hierbij ligt de focus op een breder aantal bijenvolken dat getest moet worden en de mijtenpopulatie opvolgen d.m.v. eenvoudige testen, allemaal om de genetische diversiteit hoog te houden in Vlaanderen en terug veerkracht in onze bijenvolken naar boven te brengen. Wij zien hierin een opsplitsing van volken voor selectie (minder of geen varroabehandelingen) en volken voor productie (behandelingen toegelaten, mits voorwaarde dat hun genetica niet verdergezet wordt) als belangrijke stap in het selectieproces.

Innovatie

Wetenschappers die fan zijn van modellering en grote datastudies konden zeker en vast ook hun ei kwijt op Apimondia. Zo trok de lezing van Maxime Fraser Franco veel belangstelling, al had zijn titel hier vermoedelijk ook iets mee te maken (‘Will my colony survive this season?’). Door gebruik te maken van RFID tags, weerstation data en gegevens over behandelingen, voeding en transport van volken, volgden zij 300.000 bijenvolken op in Canada, VS en Nieuw-Zeeland. Modellering van deze massa aan data resulteerde in de voorspelling van bijensterfte op basis van de luchtkwaliteit en de diversiteit aan voeding. Verrassend genoeg maakten de varroabehandelingen geen deel uit van de parameters om bijensterfte te kunnen voorspellen (foto 17).

Systemen om a.d.h.v. sensoren en weegschaal allerlei gegevens over het bijenvolk op te meten, waren veelvuldig aanwezig op de Expo. Martin Bencsik toonde in zijn lezing aan dat de gegevens over het gewicht van een bijenvolk voorspellingen kunnen maken over de gezondheidsstatus van het bijenvolk (foto 18). Tijdens een workshop aan de Apimondia stand lichtte hij zijn geluidsdata toe waarbij whooping en purring geluiden tot de verbeelding doen spreken (foto 19).

De allerlaatste lezing op zaterdag ging over een nieuwe uitvinding vanuit Oostenrijk om makkelijker de koningin te kunnen vinden, nl. Magnetto (foto 20). Een staaf in de vorm van een magneet wordt hierbij langs de raten geschoven, waarbij de koningin (voorzien van een metalen rugschildje) aan de magneet klikt en zo makkelijk uit de kast kan geïsoleerd worden zonder lang te moeten zoeken. De tool zou vooral handig zijn voor imkers die moeite hebben met de koningin te vinden in het volk. Een nog wakkere deelnemer in de zaal merkte echter op dat vooreerst deze imker de koningin moet vinden om het rugschildje er te kunnen op kleven, waarmee iedereen met een glimlach het auditorium kon verlaten.

Het congres werd met een officiële ceremonie afgesloten waarbij de fakkel werd doorgegeven van de organisatoren in Kopenhagen naar de nieuwe organisatoren in Dubai voor Apimondia 2027. Met meer dan 8.000 deelnemers mag de organisatie bijzonder trots zijn op een zeer geslaagde editie waarbij verbinding binnen de imkerij en het leggen van nieuwe contacten centraal stonden (cf. Jeff Pettis, President van Apimondia).

21 Team Dubai Kopenhagen2027

Zoeken

Doorzoek onze website

Archieven

Newsflash archief

Nieuws archief