Aan de Universiteit Gent wordt in 2026 een nieuw selectieprogramma opgestart waarbij de focus ligt op veerkrachtige honingbijen en het verbreden van de genetische basis van het selectiemateriaal. We nodigen zowel lokale imkersbonden als individuele imkers uit om zich hierbij aan te sluiten. Lees er alles over via de knop 'Meer lezen'.
Imkerverenigingen die nu al bereidwilligheid ondervinden van (sommige van) hun leden om aan selectie naar varroaresistentie te doen en graag meer uitleg wensen over onze nieuwe manier van werken, kunnen intekenen voor een infosessie. Deze zullen door prof. Dirk de Graaf en/of Ellen Danneels in de loop van februari aangeboden worden. Bij interesse, mail hiervoor naar ellen.danneels@ugent.be
met een voorstel van datum. We willen namelijk volgend bijenseizoen ten volle benutten en hopen van bij het begin enthousiaste imkers in verenigingsverband te kunnen begeleiden.
Daarenboven organiseren we op 14 maart in Gent een bijeenkomst met het Comité Selectiewerk Vlaanderen waar iedere imker of vertegenwoordiger van een lokale imkersbond voor kan inschrijven (details volgen op de Honeybee Valley-website). Hou alvast deze datum vrij. Daar zullen we praktische details geven over de uitvoering van dit bijgestuurde selectieprogramma en zal het voorbije selectieprogramma afgerond worden met een synthese van onze bevindingen.
We moedigen tevens nu al aan om mijtentellingen op de varroabodem uit te voeren en oog te hebben voor exoskelet of de typische hockeysticks (antennes, zie afbeelding), een signaal dat bijen zieke (eventueel varroabesmette) poppen uitruimen. De eenvoudige invulfiche die je hieronder kan downloaden, kan hiervoor gebruikt worden.
De Universiteit Gent coördineerde sinds eind de jaren 90 een selectieprogramma in de bijenteelt dat gefinancierd werd vanuit de Vlaamse overheid en de Europese commissie. Bij aanvang was dit programma geënt op het Duitse model, waarbij ‘waardevolle’ koninginnen werden aangekocht bij de Duitse instituten en waarvan de nateelt in Vlaanderen onder de imkers werd verdeeld door overlarving. Via het programma konden imkers er ook voor kiezen om de pasgeboren moeren te laten aanparen op de Duitse bevruchtingseilanden. Het programma kreeg in 2016 onder professor Dirk de Graaf een nieuwe wending met de invoering van een voorafgaande aftoetsing
op de aanwezigheid van gunstige defensieve kenmerken alvorens het teeltmateriaal te propageren. ‘Meten is weten’ was destijds de slogan en een 50-tal imkers was bereid gevonden om met hun koninginnen het parcours via veld- en lab-testen te doorlopen. Nieuwe wetenschappelijke inzichten en een kritische analyse van de doelgerichtheid van de vroegere aanpak door Emma Bossuyt (doctoraatstudent aan de UGent) hebben ons genoodzaakt om dit programma een tweede grondige facelift te geven.
‘We moeten op zoek gaan naar bijenvolken die zelf de varroamijt onder controle houden’, zegt prof. de Graaf. Vroeger was de strategie om de imkers verschillende testen te laten uitvoeren en daar dan een globale score aan te geven. De moeren met de hoogste score werden dan weerhouden voor nateelt. Deze methode bracht echter maar beperkte vooruitgang omdat met te veel kenmerken rekening werd gehouden. ‘We gaan nu meer het pad volgen van Steve Riley, die in Engeland schitterende resultaten heeft geboekt met het tellen van mijten’, vult dr. Ellen Danneels aan. Inderdaad, we moeten meer onze eindbetrachting voor ogen houden. We zijn niet op zoek naar varroatolerante bijen die weliswaar met hoge mijtenlast overleven, maar geen mechanismen ontwikkelen om de mijt in haar reproductiecyclus te onderdrukken. Laat ons niet vergeten dat het de grotendeels onzichtbare virussen zijn die voor de varroabesmette volken de ondergang betekenen. Laten we daarom eerder kijken hoe de mijtenpopulatie doorheen het jaar evolueert en waarnemen welke veerkrachtige bijenvolken die mijtenpopulatie onder controle kunnen houden. De beschermende kenmerken volgen we nauw op als secundaire indicator van veerkracht, die misschien ook iets vertellen over het mechanisme dat hier aan de basis ligt. We doen dit stapsgewijs zodat we volken die vol met mijten zitten al vrij snel uit de selectie verwijderen. ’Ik noem het een selectie door cascade omdat stapsgewijs een deel van de testmoeren overblijft. Hierdoor vermijden we dat imkers investeren in moeren die het uiteindelijk niet waard zijn’, vervolledigt de Graaf. ‘De ultieme test bestaat erin om de bijenkolonie in hun tweede testjaar zonder winterbehandeling tegen de varroamijt de winter door te krijgen. Maar dit zullen we enkel suggereren als alle parameters gunstig lijken. Niemand wordt verplicht, maar als een imker toch zou beslissen om met geselecteerde moeren deze stap te zetten, en het lukt, dan zou dit een enorme stap voorwaarts zijn in het selectiewerk’, aldus de Graaf.
(Deels) opengemaakte broedcellen, mogelijke signalen van varroaresistentie bij de bijen. Mogelijks worden in deze cellen varroamijten verstoord in hun reproductie en/of worden de poppen (samen met de mijten) uitgeruimd door de bijen.
Het nieuwe programma is ook verbredend in die zin dat we zoveel mogelijk imkers in onze zoektocht naar veerkrachtige bijen willen betrekken. Vandaar dat we lokale imkersbonden benaderen om mee te doen aan ons project. Als we van elke biebond enkele imkers kunnen warm maken om mee te doen en onderling samen te werken, dan kunnen we een grote genetische diversiteit garanderen en dit wapent ons tegen nieuwe uitdagingen die zich later zouden kunnen aanbieden. Het werken met de lokale entiteiten heeft ook het voordeel dat de imkersverenigingen zich later kunnen bevoorraden van teeltmateriaal dat lokaal is gekweekt en dus aangepast is aan de lokale omstandigheden. ‘We hopen dat de nieuwe generatie van imkers inziet dat we niet verder kunnen met de import van vooral Duitse genetica (teeltmoeren en aanparing). Misschien dat dit 30 jaar geleden nog werkte, maar nu worden bijen blootgesteld aan zoveel meer stressoren dat die afstemming op de lokale omstandigheden van klimaat en vegetatie absoluut noodzakelijk is’, vult professor de Graaf verder aan.
Het spreekt voor zich dat imkers die nu al beschikken over bijen die zonder behandeling de winter overleven, zeer welkom zijn om aan dit project mee te werken. Vaak werden zulke initiatieven argwanend bekeken vanuit de traditionele imkers. De vrees om in de buurt ‘varroabommen’ te hebben die de ziekte kunnen overdragen is in ons verhaal niet gegrond omdat we focussen op ‘varroaresistentie’ dus lage varroalast, dit in tegenstelling tot ‘varroatolerantie’ waarbij het volk kan leven met een hoge varroalast.
Imkerverenigingen die nu al veel bereidwilligheid ondervinden van sommige van hun leden om aan dit project bij te dragen en graag meer uitleg wensen over de nieuwe manier van werken, kunnen intekenen voor een persoonlijke infosessie. Deze zullen door prof. Dirk de Graaf en/of Ellen Danneels in de loop van februari gegeven worden. Bij interesse, mail hiervoor naar ellen.danneels@ugent.be met een voorstel van datum. We willen namelijk volgend bijenseizoen ten volle benutten en hopen van bij het begin enthousiaste imkers in verenigingsverband te kunnen begeleiden. Daarom moedigen we nu al aan om mijtentellingen op de varroabodem uit te voeren en oog te hebben voor exoskelet of de typische hockeysticks (antennes, zie rode cirkels in de afbeelding hieronder), een signaal dat bijen zieke (eventueel varroabesmette) poppen uitruimen. Deze eenvoudige invulfiche kan hiervoor gebruikt worden (zie bijlage). Daarenboven organiseren we op 14 maart in Gent een bijeenkomst met het Comité Selectiewerk Vlaanderen waar iedere imker of vertegenwoordiger van een lokale imkersbond voor kan inschrijven (details volgen op de Honeybee Valley-website), waar we praktische details zullen geven over de uitvoering van dit bijgestuurde selectieprogramma. Ook zal er het voorbije selectieprogramma afgerond worden met een synthese van onze bevindingen.
We hebben dit verhaal ook ingediend als een projectvoorstel voor het Strategisch Plan Bijenteelt van de Vlaamse overheid. Bij het neerschrijven van dit verhaal was nog niet geweten of ons project het heeft gehaald of niet. Moest dit het geval zijn, dan is onze ambitie veel meer uitgesproken dan hier geschetst. Zo zal een webapplicatie worden gemaakt waarbij de imkers bij het invoeren van de gegevens onmiddellijk hun status krijgen ten opzichte van de collega’s in de buurt, in de provincie of in de regio. Ook zullen startende imkers dan beter worden gegidst in dit programma door een gerichte begeleiding. We plannen ook een promotiecampagne over dit project met videoreportages voor websites, newsflashes en sociale media. Partners in dit SPB-project zijn de KonVIB, VBI, ZwarteBij.org en het team van Kreverhille.
Varroabodem met deeltjes exoskelet van bijenpoppen die uitgeruimd werden. Enkele 'hockysticks' of antennen werden in het rood aangeduid. (©Bart Vangampelaere)