Bijenvolken kunnen geïnfecteerd zijn met de EVB bacterie (Melissococcus plutonius) zonder duidelijke symptomen te vertonen. Een uitbraak kan echter gebeuren als het volk in stress verkeert, zoals bij bepaalde klimatologische condities als koud en vochtig weer, of bij slechte voedingsomstandigheden. Daarom is het belangrijk om bij slechte voorjaarsomstandigheden zoals we die nu kennen, volken van voldoende voedsel te voorzien. Een andere stressor kan de verhouding haalbijen en voedsterbijen zijn die in het voorjaar naar een grotere hoeveelheid haalbijen overhelt. Minder bijen die de ontwikkelende larven kunnen voeden, brengt soms in het voorjaar een zekere stress op het volk waardoor EVB-symptomen kunnen opduiken. Als de ratio (verhouding) voedsterbijen en ontwikkelende larven terug stabiliseert, kunnen de symptomen verdwijnen.
Meer info over de symptomen, verspreiding en schutkringen vind je in onze brochure over aangifteplichtige bijenziekten.