Menu

Platform voor samenwerking

Honeybee Valley wil het probleem van de bijensterfte aanpakken door samenwerking met diverse partners

EurBee10 congres in Tallinn, Estland

Foto 1 Foto with Risto Raimets landscape

Van 16 tot 19 september jl. was het verzamelen geblazen voor de bijenonderzoekers in het Estlandse Tallinn. Met iets meer dan 300 deelnemers en een aantrekkelijk programma kunnen we terugblikken op weer een geslaagde editie van dit tweejaarlijks congres. Vanuit de Universiteit Gent gaven professor Dirk de Graaf en doctoraatstudent Regis Lefebre present.

Met telkens twee plenaire lezingen per dag en vier parallelle sessies werden we overladen met nieuwe en soms ook wat oudere onderzoekverhalen. Ter illustratie: het boek met korte samenvattingen telt 395 bladzijden. Onmogelijk dus om alles te vertellen. Laat mij toe om mij te beperken tot enkele lezingen die ‘in het oog sprongen’.

Afbeelding: Prof. Dirk de Graaf (R) en lokale organisator dr. Risto Raimets (L)

We steken van wal met professor Dalial Freitak van de Universiteit van Graz, Oostenrijk. Zij bracht haar verhaal over het Amerikaans vuilbroed vaccin voor honingbijen. Het vaccin wordt toegediend aan de koningin, die al haar nazaten beschermt via het ei. Het dooier eiwit vitellogenine blijkt een cruciale rol te spelen in het stimuleren van de immuniteit over de generaties heen (ook wel ‘trans-generational immune priming’ of TGIP genoemd). Bijzonder was dat ik van de firma Dalan Animal Health een persoonlijke uitnodiging had gekregen om over de middag tijdens de lunch samen met collega’s ons te verdiepen over dit vaccin. Toen werden nog niet gepubliceerde gegevens getoond over de effecten van het vaccin op andere ziekteverwekkers. Indrukwekkend allemaal en ongetwijfeld werden velen onder ons geprikkeld om het proces van TGIP verder te doorgronden.

Foto 3 groepsfoto

Groepsfoto met mijn partners in het Better-B project, die talrijk aanwezig waren op het EurBee10 congres.

Professor Olli Loukola (Universiteit van Oulu, Finland) onderzoekt in hoeverre hommels in staat zijn complexe problemen op te lossen. Hij wil hiermee aantonen dat intelligentie zeer verspreid voorkomt in het dierenrijk, zelfs tot bij de insecten. Een sprekend beeld was dat van een hommel die tegen een Lego-blokje aanduwt. De bedoeling hiervan was om het onderliggende voedergaatje (kunstmatige bloem) te vinden. Het meer complexe verhaal was dat van een kunstmatige bloem aan het plafond van een hommelkooi, die enkel te bereiken was door een balletje in een putje te rollen om er daarna op te kruipen. De bal was immers net groot genoeg om de hommel tot kortbij de kunstmatige bloem te brengen. Ongelooflijk tot wat die beestjes allemaal in staat zijn.

Er was ook een verhaal van een Oostenrijkse imker met 15.000 bijenkolonies: Stefan Mandl. Hij vertelde over zijn balans tussen productie en selectie. Ook het kostplaatje van zijn selectiewerk werd voor ons berekend en hieruit bleek dat de meerkost van selectie zich nadien terugverdient door de verhoogde productie van de volken. Spijtig genoeg zal Stefan ook herinnerd worden door zijn seksistische grapjes die sommigen zelfs uit het auditorium dreven. Op het afsluitende banket heeft de lokale organisator dr. Risto Raimets zich verontschuldigd aan al wie daar aanstoot aan gaf.

Professor Tia-Lynn Ashman (Pittsburgh, VSA) bracht een verhaal over de gevolgen van het type pollenkorrels dat op de stamper van een bloem terechtkomt. Ze maakte een onderscheid tussen pollenkorrels van dezelfde plantensoort als de bloem, en pollenkorrels die deels van dezelfde bloem afkomstig zijn en deels van een andere plantensoort (heterospecifiek). Blijkbaar heeft dit nogal wat gevolgen voor de vruchtbaarheid van de plant.

Professor Pilar de la Rua (Murcia, Spanje) is een vurige voorstander van het behoud van lokale bijenrassen. Haar verhaal ging dan ook over de moleculaire hulpmiddelen die de wetenschap heeft ontwikkeld om ondersoorten of zelfs varianten hiervan binnen een bijensoort te onderscheiden. Deze hulpmiddelen (eigenlijk gewoon laboratoriumtesten) zijn cruciaal om conservatie-strategieën uit te werken. In haar verhaal werd zowel over angelloze bijen, als over honingbijen en hommels gesproken.

Doctor Simone Tosi (Turijn, Italië) stelde de risico-analyse voor pesticiden aan de kaak. Vooral de gecombineerde effecten tussen verschillende stressoren zoals gelijktijdige blootstelling aan gewasbeschermingsproducten en voedseltekorten, zijn amper bestudeerd. Immers, het aantal combinaties zwelt makkelijk exponentieel aan en stelt de bevoegde autoriteiten voor een onmogelijke opdracht om die allemaal te evalueren.

Foto 2 Nikolas Basler

Nikolas Basler tijdens zijn lezing over bacteriofagen.

Ik eindig graag met twee verhalen van doctoraatstudenten waarvoor ik als promotor/co-promotor optreed. Regis Lefebre bracht ons verhaal van de genetische merkers voor varroa-resistentie op basis van het SMR (‘suppressed mite reproduction’) kenmerk. Eerst vertelde hij over de toetsing van het model dat we in 2019 ontdekten. Immers, de vraag werd gesteld of in de complexe situatie van de Vlaamse imkerij met verschillen in omgeving en bijenteeltpraktijken het model op basis van 8 merkers stand hield. Blijkt dat de 8 merkers verder gebruikt kunnen worden, maar dat het model anders moet berekend worden. Nadien kon hij aantonen dat het probleem zich vooral stelt op het niveau van de ondersoorten, en dat we voor elke andere ondersoort het model terug moeten berekenen.

Nikolas Basler is een doctoraatstudent van de KULeuven (Rega-instituut) waarvoor ik als co-promotor optreed. Zijn verhaal ging over virussen die bacteriën aanvallen, ook wel bacteriofagen genoemd. Hij kon aantonen dat naar analogie met de bacteriën, de bacteriofagen die in de bijendarm voorkomen voornamelijk tot een beperkte set van 100 soorten behoren. Deze 100 soorten komen overal in Europa en in alle honingbijen voor. Daarnaast zijn er nog meer specifieke soorten die soms erg zeldzaam zijn. De interactie van die bacteriën en virussen in de darm is een interessante onderzoekslijn die van belang is voor de gezondheid van de bijen.

Verder vertel ik nog graag dat de locatie van het congres erg bijzonder was, met een oude elektriciteitscentrale die een nieuwe bestemming had gekregen als congrescentrum. De vele trappen moesten we er maar bij nemen. Het afsluitende banket was dan weer in een scheepsvaartmuseum met centraal in de banketzaal een heuse duikboot van wel 50 m ter ‘versiering’. Zeer indrukwekkend allemaal. Besluit: we blikken tevreden terug op 3 dagen Estland.

Zoeken

Doorzoek onze website

Archieven

Newsflash archief

Nieuws archief