Menu

Manage It

De bedrijfsmethode is vaak de sleutel tot het succesvol imkeren. Hier geven we duiding bij de aanpak van geselecteerde imkers.

Imkeren volgens Geert Steelant

Denkkader

De bedrijfsmethode van Geert is gebaseerd op de omstandigheden waarin de bijen in het wild leven. Helaas heeft de mens het leven van de bij er niet gemakkelijker op gemaakt: varroa, pesticiden, monocultuur, hebzucht... Daarom kan men de bijen niet aan hun lot overlaten en is men soms verplicht in te grijpen. Geert noemt zijn methode dan ook liever ‘bijvriendelijk imkeren’ in plaats van ‘natuurlijk imkeren’, hoewel ze op enkele punten na zeer dicht bij elkaar aanleunen.

Zorg voor voldoende voedsel in de omgeving van de bijen, zowel qua nectar, stuifmeel als propolis. Als dit onvoldoende aanwezig is, krijgen de bijen mogelijks problemen om de winter door te komen. Bijn houden op zich is zeer simpel. Het is de mens die het imkeren zo technisch heeft gemaakt, volgens Geerts’ mening louter uit winstbejag.
Het laten zwermen van bijen moet mogelijk gemaakt worden. Daarom moet je de buurt waarin je woont inlichten over je activiteit en voldoende uitleg geven over zwermen.
In de natuur leeft een natuurlijke vijand van de varroamijt, de roofmijt (Stratiolaelaps scimitus), welke ook wordt aangetroffen bij honingbijen die in het wild bouwen.
Iedere verstoring van het bijenvolk komt neer op een verspilling van energie en heeft als gevolg dat de bijen veel honing consumeren om het volk weer optimaal te doen functioneren. Het uitsnijden van darrenbroed is uit den boze, want zo verzwakt men de bijen van de komende generatie. In het geval van kunstmatige inseminatie (KI) van koninginnen wil Geert zelfs niet nadenken over de gevolgen voor de toekomst.
Als imker moet je ergens starten met een volk, liefst een zwerm. Heb je die niet, start dan met één van de voorhanden zijnde bijenrassen. Het jaar erop heb je, wat men graag noemt straatbijen, omdat je niet kan nagaan door welke darren de nieuw geboren koningin is bevrucht. Maar zo versterk je het genetisch profiel van de bijen door een te sterke vernauwing van het genenaanbod te voorkomen.
Sta open voor ideeën van andere imkers, want we hebben elkaar nodig. Heb je zelf de ideale oplossing gevonden voor een bepaald bijenprobleem, deel het dan met je collega’s.

Kerngedachte

  • De bij aanvaarden zoals ze is: een natuurlijk, wild insect die zelf best weet wat goed voor haar is.

  • Beseffen dat de bij altijd het laatste woord heeft, hoe men haar ook probeert te forceren.

  • De honingbij niet aan haar lot overlaten. Het is in bepaalde gevallen nodig een handje toe te steken, te wijten aan de manipulatie van de mens, maar doe dit steeds met respect voor de bij.

  • Een spreuk van Antoine: geef je bijen een mooi huis maar bemoei je niet met hun huishouden.

  • Varroase op een natuurlijke manier bestrijden met roofmijten.

  • De bijen genoeg eigen voorraad laten om te overwinteren.

  • Alle factoren vermijden die stress veroorzaken voor bijen.

Voordelen van Geerts werkwijze

  • De bijen leven een natuurlijk leven, zonder dat ze aan hun lot worden overgelaten.
  • De varroamijt wordt het hele jaar door op een natuurlijke manier bestreden.
  • De bijen overwinteren op hun eigen voorraad.
  • Je deelt de volken door ze te laten zwermen.
  • Geperste honing heeft een totaal andere smaak dan geslingerde honing. Bovendien zijn in de honing geen residuën van geneesmiddelen te vinden.
  • Door de raampjes kan je de bijen observeren zonder de kast te openen en dus zonder de bijen te verstoren.
  • Je bespaart tijd, aangezien het bedraden van raampjes, het maken en het insmelten van waswafels niet meer nodig is.
  • Door telkens rompen onderaan toe te voegen, verdwijnt de oude was uit de kast op het moment van de honingoogst.
  • Geen gesloten waskringloop, dus geen opstapeling van pesticide-residuen.

Nadelen van Geerts werkwijze

  • Je laat de natuur zijn werk doen en je bouwt bakken van onderuit bij. Doordat de kasten relatief klein zijn, zal de imker in periodes van grote dracht veel bakken moeten bijbouwen.

  • Het oogsten van de honing is een groter werk dan bij het traditioneel imkeren. Je kan niet slingeren en moet de raten uit de bakken snijden en persen.

  • De roofmijten vragen enig extra nazicht.

  • Als je je kasten zelf maakt, is er uiteraard meer werk aan. Voorzie een kijkglas om toch enige controle op het volk te kunnen uitvoeren.

  • Je moet een was-aanzet maken op de latjes, omdat je werkt zonder waswafels.

  • Je kan moeilijk bepaalde selectietesten gaan uitvoeren zoals varroa-tellingen, hygiënisch
    gedrag, varroa-reproductie in darrenbroed…

Doelgroep:
De meeste startende imkers volgen een imkerscursus volgens de traditionele methode, die zeer technisch en nogal kostelijk is. Imkeren kan op zich nochtans zeer simpel zijn, als je de natuur haar werk laat doen. Warré kasten zijn hier ideaal voor. Als startende imker kan je met deze methode snel veel voldoening halen. Houd echter steeds volgende adviezen voor ogen: start klein met maximaal 2 kasten; zorg dat je bij een ervaren imker te rade kan gaan; leer observeren en het gedrag op de vliegplank kennen; tot slot, denk in de eerste plaats aan het welzijn van je bijen! Honing komt later.

Benodigdheden:
Als je van plan bent met Warré-kasten te werken en je kasten zelf te maken, zal je enige handigheid aan de dag moeten leggen en heb je allerlei materiaal nodig. Je kan je kasten natuurlijk ook kant en klaar kopen, maar dan komt dit duurder uit. De methode die Geert gebruikt, past het best in Warré, maar kan ook in een ander kasttype toegepast worden. Zo kan je bijvoorbeeld ook je Simplexbak tussen Warré rompen bouwen om zo een stille overgang te maken.
Verder heb je een honingpers, honingdoek, zeven, rijper, wassmelter, beschermkledij (hoewel Geert dit zelden gebruikt) en eventueel een beroker nodig. Hou het qua materiaal zo simpel mogelijk. Veel zaken kan je immers zelf maken, zoals bijvoorbeeld een zonnewassmelter en een honingpers.
Het is interessant om te starten met een zwerm zwarte bijen, maar het kan evengoed met buckfast, carnica... Door het feit dat je de bijen laat zwermen, weet je niet door welk ras van darren de nieuwe koningin zal bevrucht worden.

Hbv 20190524 9562

Doorheen het bijenseizoen

Februari

We gaan er hier van uit dat je start met een nieuw volk, aangekocht of gekregen.
Als je wil starten met een zwerm, zit je al snel in mei of juni. Zorg er voor dat
alles klaar staat om je volk in goede omstandigheden te ontvangen.

  • Het beste is om een volk aan te schaffen in het kasttype waarin je wil imkeren.
  • Verken de omgeving om te zien of er genoeg voedsel is voor je bijenvolk en wat de soorten drachtplanten zijn. Doe dit in een straal van ongeveer 5 km. Idealiter staan in de directe omgeving van de bijenstand verschillende soorten drachtplanten.
  • Zorg dat er een waterpartij in de buurt is of plaats zelf een drinkton.
  • Zijn er nog andere imkers in de buurt, ga dan eens met hen praten. Vertel aan je omgeving dat je imker bent.
  • Vergeet je niet aan te sluiten bij een imkervereniging om je in orde te stellen met de verzekering.
  • Geef je aantal kasten aan bij het voedselagentschap (www.afsca.be/professionelen/erkenningen/aanvraag).
“Antoine (Geerts leermeester) plaatste zijn bijenvolken zonder bodem op de grond in het bos als ze te veel last hadden van varroamijten. Zonder te weten dat hij zo zijn bijen in contact bracht met roofmijten, voerde hij een natuurlijke varroabehandeling uit.” Geert Steelant

Maart

Een te verplaatsen bijenvolk ga je best ‘s avonds afsluiten, opdat alle bijen binnen zijn. Doe dit echter enkel als je weet dat het de volgende dag mooi weer zal zijn. Zorg ervoor dat je vooraf de bijen hebt gezien, een bevestiging dat alles in orde is. De nieuwe kastlocatie dient een open plaats te zijn, best zuidoosten gericht en min of meer beschermd tegen de noorderwind. Als je buren hebt of in een woonwijk woont, hou dan rekening met de door de wet bepaalde afstanden. Geert hanteert geen chemische arroabestrijdingsmiddelen. Toch hebben zijn bijen geen last van de parasieten, doordat hij een natuurlijke vijand van de varroamijt in zijn bijenkasten invoert, nl. de roofmijt, Stratiolaelaps scimitus (zie p.14-15).
Om deze roofmijten langdurig in leven te houden, is het nodig ook voor hen een goed habitat te creëren. Meng eventueel compost door de aarde om een rijkere voedingsbodem te verkrijgen. Breng dan de bijenkast in rechtstreeks contact met de aarde. Plaats hiervoor een onderbak op de blote grond. Deze dient als verhoog waarop je de open kastbodem kan plaatsen (dus zonder gaas en varroabodem).
Deze omvat de vliegopening, die in de Warré kasten van Geert bestaat uit een rij van kleine ronde vlieggaten (zie pijl op afbeelding). De vliegplank sluit onderaan aan op deze vlieggaten. Binnenin de open bodem zijn een aantal latten bevestigd die ervoor zorgen dat de bijen hierlangs kunnen lopen. Zo komen ze niet rechtstreeks in contact met de grond en kunnen ze geen aarde meenemen naar het broednest of de honingzolder.

Geert strooit hiervoor een half zakje met 10.000 mijten met voedingsbodem rechtstreeks bovenop de compost.

Voordat je het bijenvolk bovenop de open bodem plaatst, voeg je ongeveer 5.000 roofmijten toe aan de ondergrond. Geert strooit hiervoor een half zakje met 10.000 mijten met voedingsbodem rechtstreeks bovenop de compost. De roofmijten zullen zo onmiddellijk een eerste varroareiniging uitvoeren in het nieuwe bijenvolk.

Geert plaatst bovenop de open bodem een lege Warré romp, als onderbak.

Geert plaatst bovenop de open bodem een lege Warré romp, als onderbak. Hierboven zet hij het nieuwe bijenvolk, zodat de bijen snel naar beneden kunnen bouwen. Hun broednest komt dan in de onderste romp en de bovenste romp zal de honingzolder worden. Als het nieuwe bijenvolk op de onderbak met open bodem staat, hou je deze tot de volgende dag dicht. De bijen kunnen zich dan na de spanning van hun verhuis opnieuw oriënteren.

Laat de volgende morgen, zodra de zon opkomt, de bijen los. Blijf bij de kast en observeer. De bijen zullen gehaast naar buiten vliegen en zich beginnen te oriënteren door rond de kast te vliegen en steeds verder te trekken om de omgeving te ontdekken.
Na een tijdje, binnen de eerste 2 uren na het openen van de kast, moeten de bijen al voedsel binnenbrengen. De wachters moeten dus al op post staan. Op de vliegplank zullen bijen staan wapperen met de nassanovklier wijd open (zie hieronder). Observeer diezelfde dag regelmatig en ga zeker bij valavond kijken of er geen bijen buiten blijven hangen.
Normaal zal het volk in de onderste romp snel beginnen bouwen. Om hen te stimuleren, kan je ofwel de onderste romp voorzien van een opgebouwd wasraam, ofwel de bijen prikkelen door onderaan in de kast een oplossing te geven van 50% honing en 50% water. Gebruik hiervoor best honing afkomstig van de nieuwe bijen. Ga iedere dag naar de bijen kijken zonder de kast te openen. Het kijkvenster is hiervoor uitermate geschikt.

Biologisch varroabestrijdingsmiddel

De roofmijten zoeken de varroamijten actief op en steken ze met hun snuit. Ze hebben het vooral gemunt op de gewrichten van de poten, welke ze stuk trekken waardoor het hemolymfe vrijkomt en zij zich hierop kunnen voeden. Als de varroamijten gestoken zijn en naar beneden vallen, kruipen de roofmijten er direct bovenop. Ze zuigen de lichaamssappen uit de varroamijt (zie doorprikte varroamijt op de afbeelding onderaan), waarna ze op zoek gaan naar een volgende prooi. De roofmijten zijn overal in de kast terug te vinden, maar vallen de varroamijten pas aan als deze niet aan de bijen vastgehecht zijn en wanneer ze niet in de gesloten broedcellen vertoeven. Geerts’ ervaring leert nochtans dat de bijen soms de roofmijten actief opzoeken door op de bodem te gaan zitten. Zo worden ze mogelijks volgens hem nog grondiger gereinigd van varroamijten. De bijen lijken te weten dat ze in de buurt van de roofmijten geen last hebben van de varroamijten. Van zodra er geen varroamijten meer te vinden zijn in de kast, trekken de roofmijten zich terug in de aarde en overleven ze op andere organismen.
S. scimitus wordt o.a. verkocht in pakjes van 10.000 mijten in een mengsel van vermiculiet en turf met meelmijten als voedsel. Dergelijke verpakking is reeds voldoende voor 2 bijenvolken. Hou goed in de gaten of de roofmijten na een aantal weken nog actief zijn. Een wekelijkse inspectie van de roofmijten is dus raadzaam. Neem hiervoor wat grond uit de kast en strooi dit op een wit blad papier. Bekijk het materiaal met een loep om te zien of er nog levende roofmijten zijn. Als je één roofmijt ziet kruipen, zitten er zeker nog duizenden in de bodem. Het is mogelijk dat de roofmijten afsterven, omdat er niet voldoende voedsel aanwezig is, of omdat de weersomstandigheden niet ideaal waren. Breng in dat geval een nieuwe hoeveelheid roofmijten aan in de bodem.

Rompen toevoegen

Van zodra de onderste romp volgebouwd is met nieuwe raat (dit kan zeer snel gaan) en de bijen zich vooral in deze romp bevinden, is het tijd om extra ruimte te geven en een romp bij te plaatsen. Geert hanteert hiervoor de traditionele Warré-methode: rompen worden steeds langs onder bijgebracht. Zo is er geen warmteverlies.
Om een romp onderaan toe te voegen, dien je de bovenste rompen op te tillen. Hiervoor gebruikt Geert een lift, die met een katrolsysteem de rompen omhoog houdt. Plaats een nieuwe romp op de open bodem en laat de bovenste rompen hier bovenop zakken.
Het kan gebeuren dat de bijen niet door hebben dat er onderaan extra ruimte is voorzien. Dan blijven ze zwermneiging vertonen door het (vals) gevoel van ruimtetekort. Begeleid de bijen dan naar de onderste romp door er een opgebouwd wasraam in te hangen of door onderaan een 1/1 honingoplossing aan te bieden.

Op een andere manier Warré rompen toevoegen

Je kan op verschillende manieren te werk gaan om extra Warré-rompen toe te voegen. Zo kan je ook honingrompen boven het broednest plaatsen in plaats van deze telkens onderaan toe te voegen. Schuif hiervoor de plexiplaat in het tussenschot (zie eerste afbeelding hieronder) om de broedkamer af te sluiten, zodat geen warmte verloren gaat. Vergeet na het plaatsen van de honingromp de plexiplaat niet opnieuw weg te nemen. Je kan boven de 2de romp eventueel een moerrooster leggen als je op een meer traditionele manier wil verdergaan. Maar pas op, een moerrooster bezorgt de bijen onnodig stress. Het kan gebeuren dat de bijen in de nieuwe romp niet mooi bovenaan beginnen te bouwen, maar onderaan de romp was opbouwen. Dit bemoeilijkt het later afnemen van de honingrompen. Je kan dit tegengaan door 2 toplatten met ingesmolten waswafels als ‘ladders’ in de romp te hangen. Dit bouwen de bijen normaliter mooi van boven naar beneden verder uit. Je kan deze nadien uithalen om een controle binnenin de kast uit te voeren. Later worden telkens nieuwe honingrompen toegevoegd boven het broednest. Dit is dus tussen de onderste 2 rompen en de bovenstaande honingromp(en) (zie tweede afbeelding hieronder).

April

De bijen zijn nu volop in actie en het volk groeit snel. Ga op geregelde tijdstippen de bijen observeren. Geert doet dit iedere dag, soms meermaals. Je moet nu vooral alert zijn, want de honingvoorraad kan snel gaan. Op een plaats waar veel dracht is, kunnen de bijen een Warré-romp vullen in slechts 10 dagen tijd. Je zal dus regelmatig een romp moeten bijplaatsen.
Kijk ook of de bijen genoeg stuifmeel aanbrengen. Als je volk goed zit, vliegen er bij goed vliegweer gemiddeld 100 bijen per minuut naar buiten. Kijk ook regelmatig door de kijkraampjes.
In Geerts model van kasten is er boven het kijkraam een ronde opening van 14 mm. Geert noemt dit het snuffelgat.
Neem een stukje darm (tuinslang) en steek aan de ene kant een trechter. Duw aan de andere kant wat muggengaas in de darm. Door de darm in het gat te steken, kan je ruiken aan de kast. Een gezonde kast ruikt heel zoet en naar bloemen. Als je kasten echter dicht bij een koolzaadveld staan, kan je in de periode van de bloei een zuurdere reuk ervaren. Iedere kast ruikt wat anders omdat iedere koningin een andere geur (feromonen) verspreidt.
Controleer of de roofmijten nog in leven zijn door wat compost van onder de kast te nemen en op een wit blad roofmijten te zoeken (evt. met een microscoop).

Hbv 20190524 9947

Mei

Het grootste werk in Geerts methode is observeren en rompen bijplaatsen. Controleer, zoals vorige maanden, ook in mei of de roofmijten nog in leven zijn.
In Geerts kastenmodel kan je het gedeelte waar de vliegplank zich bevindt, achteraan open maken. Hierlangs kan je een wit blad bovenop de latjes leggen. Neem na 24 uur het blad weg. Als alles goed gaat in de kast, zie je stukjes dode varroamijten, kruipende roofmijten, wasschilfertjes en stukjes stuifmeel.
Als je een sterk volk hebt, bestaat de kans dat de bijen in mei al zwermneiging vertonen. Wees dus waakzaam! Via het snuffelgat kan je ook luisteren naar je kast. Als je het ‘tuten’ (van de koningin) en ‘kwaken’ (van de darren) hoort, is het zover. Je kan ook zien dat er veel bijen buiten aan de kast hangen (baard maken).

Juni Juli Augustus

Juni

Blijf goed observeren en tijdig rompen bijplaatsen. Een honingzolder van Warré is goed voor gemiddeld 9 kg honing.
Juni is de maand bij uitstek voor zwermen. Alertheid is dus geboden. Als je geen zwermvangers hebt geplaatst, moet je zéér regelmatig naar de kasten gaan kijken. Verwittig ook je omgeving. Geef je naam door aan de brandweer en de gemeente. Als er dan een zwerm is waargenomen, kan je die gaan scheppen.

Juli

Meestal is het warm in juli. Controleer of er genoeg water in de omgeving aanwezig is zodat de bijen de kast goed kunnen afkoelen. Je zal nu ook veel wapperende bijen zien op de vliegplank.
Deze maand kunnen de bijen nog altijd een neiging hebben om te zwermen. Als je een zwerm hebt kunnen scheppen, wees dan zeer oplettend naar je nieuwe volk. Leg 20 à 25 dagen na het inbrengen van de zwerm in een kast een wit blad onderaan, bovenop de latjes. Als je hier de dag nadien veel wasdekseltjes op ziet liggen, worden er zeker al nieuwe bijen geboren.
In de traditionele imkerij begint men in juli te slingeren, veelal omdat men na het wegnemen van de honingraten een behandeling doet tegen de varroamijt met oxaalzuur of mierenzuur. Geert doet dit niet, waardoor hij later zijn honingzolders afneemt. Ook al is de dracht in deze maand minder, bijen blijven halen tot er niks meer te vinden is. Zo komt het dat Geert de honing pas in oktober oogst (zie verder).
Stond de bijenkast in de vorige maanden op een drachtplaats (zoals koolzaad), dan heb je ze in deze maand teruggehaald. Dit is het ideale moment om het volk te reinigen van de varroamijt. Plaats de kast op een onderbak waarin je roofmijten hebt gehuisvest. Deze zullen onmiddellijk aan de slag gaan en de varroamijt vernietigen. Voer na een paar dagen de controle uit met een wit blad onderaan in de kast.

Augustus

Het leven gaat verder in het bijenvolk op een iets rustiger tempo. Kijk nog steeds regelmatig naar hun gedrag op de vliegplank en vergeet het water niet. Zit je in een buurt waar er groenbemesters gezaaid zijn zoals facelia, raapzaad en bernagie, dan is er nog volop activiteit. Je bijenkasten kunnen nu al redelijk hoog zijn door de vele honingrompen. Zorg er dus zeker voor dat ze stabiel blijven.

Hbv 20190524 9501

September

De winterbijen worden in de loop van deze maand geboren. Als het seizoen niet zo goed was (door bijvoorbeeld weinig dracht), wees dan alert en kijk eens goed door het kijkraampje. Als je genoeg voorraad ziet (niet enkel honingramen maar ook stuifmeelramen), dan is alles in orde.

Ook al leunt de methode zeer dicht aan bij het natuurlijk imkeren, Geert zal zijn bijen bijvoederen als er niet genoeg voorraad is. Hij geeft de bijen zuivere honing en een deeg met stuifmeel (bv. candipolline gold). Breng beide aan in een schaaltje onderaan de kast. Je kan ook een voederstation buiten de kast maken. Hiervoor gebruikt Geert een drinkton en hij vult die met een oplossing van 70% zuivere honing en 30% water. Er bestaan ook kleine drinkfonteintjes speciaal voor bijen. Je hoeft met deze methode geen schrik te hebben van roverij, want er is genoeg voor iedereen

5Op1

Oktober

Dit is bij Geert de drukste maand, want oktober is oogst-maand. Een goede indicator voor de start van het honing persen is het nectargehalte van de witte dovenetel (Lamium album). Trek een paar bloempjes die nog gesloten zijn. Zuig aan de onderkant van het bloempje. Als je bijna geen of totaal geen nectar smaakt, dan is het bijenseizoen voorbij. Proef ook eens van een bloempje in de andere seizoenen, zodat je het verschil kent.

Om te oogsten til je de honingrompen best met een lift. Laat de 2 onderste rompen met het broed staan. Dek de 2de broedbak onmiddellijk bij het verwijderen van bovenstaande rompen af om warmteverlies tegen te gaan.

Neem de rompen die volledig gevuld zijn met honing weg. Laat hiervan de 2 bovenste honingrompen met voorjaarshoning (de rompen die het eerst gevuld werden) op het broednest staan als wintervoeding. Controleer of deze rompen goed vol zijn. Als dit in orde is, hebben de bijen ongeveer 18 kg voeding om de winter door te komen. Dit zou ruim voldoende moeten zijn.

Haal de rompen vroeg in de ochtend weg. Dan zitten nagenoeg alle bijen in het broednest. Idealiter doe je dit na een koudere nacht. Haal nooit rompen of onderdelen van kasten door elkaar om overdracht van eventuele ziektes te voorkomen.

Honingpersen

Snij de honingraten uit de rompen en pers de honing er uit. Geert doet dit met zijn zelfgebouwde honingpers. Plaats hierna de lege rompen één voor één terug op de kast, bij voorkeur één romp per dag. Dit is beter voor de warmtehuishouding. De bijen zullen de rompen voor je schoonmaken. De volgende dag neem je de schoongemaakte romp weg. Deze kan worden opgeborgen op een droge, goed verluchte plaats, klaar voor gebruik in het volgende seizoen. Je hoeft geen angst te hebben van schade door de wasmot, want er zit geen raat in de rompen.

De was kan je smelten en zuiveren of je kan de geperste taart teruggeven aan de bijen. Geert perst de was kast per kast en hij geeft de overtollige was terug aan de respectievelijke kast. Hij doet dit onderaan de kast zodat de bijen de wastaart kunnen verwerken.

Img 5661

November

Op zonnige dagen vanaf 8°C zullen de bijen nog uitvliegen en op zoek gaan naar stuifmeel. Blijf je bijen dus zeker observeren. Als je kasten echt in een tochtgat staan, kan je ze best beschermen tegen de wind. Breng echter geen rechtstreekse isolatie rond de kasten aan, omdat dit mogelijks het ademend vermogen van de kast beperkt. Plaats liever een windscherm. Als het echter -20°C zou zijn, isoleer je kasten dan wel rechtstreeks tot de grootste koude voorbij is. Het enige wat Geert doet om de bijen te beschermen tegen de koude, is het tussenschot onder de isolatielaag afsluiten met een plexiplaat waar in het midden enkele gaatje zijn aangebracht. Bovenop deze plexiplaat legt hij een dunne noppenfolie die de gaatjes in de plexiplaat vrij houdt. Dit helpt om de bijen warmer te houden. Op die manier kan je nog steeds een snelle inspectie doen van bovenuit. Verder heb je tijd om je afgenomen bakken te onderhouden. Een extra laagje lijnzaadolie is nooit slecht. Dit is ook het moment om kasten bij te maken.

December

Alles is stil en rustig, ook bij de bijen. De koningin is niet meer aan de leg. Dit kan je merken doordat de geur in de kast veel minder sterk is. Luister nu en dan naar je kast of je een rustig gezoem hoort. Dit kan met een stethoscoop of door het stokje uit het snuffelgat te trekken en te luisteren. Ruik ook even of de geur nog zeemzoet is. Verwijder mogelijke sneeuw voor het vlieggat. Je kan van bovenaf ook eens kijken of de bijen mooi in een pakket zitten.

Januari

Op een warmere dag kan je soms al bijen buiten zien vliegen voor hun reinigingsvlucht. Rond de kast en op de vliegplank is mogelijks bijenpoep te zien. Dit is een goed teken. Controleer of de bijen nog voldoende voorraad hebben tot aan de start van het drachtseizoen. Eind januari kan de koningin al weer aan de leg zijn. Wees dus alert, want als het plots opnieuw te koud zou worden, kunnen de bijen verkleumen. Je kan de leg controleren door een wit blad onderaan in de kast te leggen. Controleer ook of de roofmijten nog in leven zijn.

Samengevat

“Imker met respect voor de bij en de natuur.” Geert Steelant

Volgens Geert moet imkeren eenvoudig blijven en is het belangrijk de natuur van de bijen te volgen. Te veel menselijke tussenkomst en ingewikkelde bedrijfsmethoden maken het de bijen alleen maar moeilijker. Bijen zijn uitermate gevoelig aan stressfactoren en die zijn bij de traditionele imkerij vaak sterk aanwezig. Om er maar een paar te noemen: varroarooster, moerrooster, beroken, inwinteren op suiker, het te vaak openen en controleren van de kast... Kunnen denken als een bij en aanvoelen wat zij al dan niet aangenaam vinden, zijn volgens Geert belangrijke en vereiste kwaliteiten van een imker.

Met Warré kasten benader je het best de natuurlijke habitat van de bijen. Geneesmiddelen en allerlei zuren gebruiken om de varroamijt te bestrijden, is voor Geert onbegrijpelijk als het ook kan door een natuurlijke vijand van de varroamijt te gebruiken. Op het internet botste Geert op een filmpje van Britse onderzoekers die met een camera binnenin een in het wild levend bijenvolk gingen kijken. Tot zijn verbazing zag Geert op de beelden roofmijten op de bijenraten lopen, iets wat zelfs de makers van het filmpje nog niet was opgevallen. Hét bewijs voor Geert dat deze roofmijten ook in het wild een functie hebben binnenin het bijenvolk.

Terwijl veel imkers het zwermen van hun bijenvolken trachten te verhinderen, heeft Geert niet liever dan dat zijn bijen voor deze natuurlijke manier van volksvermeerdering kiezen. Als het gaat over de honingoogst, gaat Geert eerst na hoeveel honing zijn volken nodig hebben om zelf te kunnen overwinteren. Enkel de honing die dan nog overblijft, gaat hij oogsten en dat doet hij vol overgave met zijn eigengemaakte honingpers.

Bij iedere handeling die Geert doet aan zijn bijen, denkt hij in de eerste plaats aan wat voor hen primeert. Dan weet je dat imkeren voor Geert een levensstijl is geworden en al lang geen hobby meer is.