Sinds enkele jaren wordt de publieke opinie bestookt met alarmerende berichten over de bijenteeltsector in België. Met meer dan 30% van de bijenvolken die sterft tijdens de winter is de situatie in onze contreien werkelijk problematisch. Het heeft menig onder ons niet
onberoerd gelaten en in de voorbije jaren werden tal van initiatieven opgestart gaande van burgers die een stuk braakliggend terrein inzaait met bloemenzaadmengsels tot politici die op het Europese niveau het gebruik van insecticiden aan banden leggen.
Ondanks alle inspanningen wordt er slechts beperkte vooruitgang geboekt. Hoe komt het dat we de neerwaartse curve zo moeilijk kunnen ombuigen? Waar schieten we te kort? En waarom scoort men beter in de ons omringende landen?
Om op deze vragen te kunnen antwoorden schetst prof. Dirk de Graaf een overzicht van de problematiek van de bijensterfte, zowel wat betreft honingbijen als wilde bijen. Aansluitend hierbij worden corrigerende maatregelen voorgesteld en in een notendop komt het neer op het volgende: meer eten voor de bijen, minder vergif gebruiken, een minder mobiele sector, verstandig kweken en goede imkerpraktijken.
De laatste drie van deze corrigerende maatregelen hebben betrekking tot de bijenhouderij zelf. Doch, omdat de sector voornamelijk bestaat uit hobbyisten, is de steun van de overheid sinds mensenheugenis eerder beperkt geweest. De lokale imker valt vooral terug op het verenigingsleven voor steun en sturing. De schade die hierdoor is aangericht is bijna onomkeerbaar:
- verlies van het lokale bijenras, overdomesticatie van de soort
- massale propagatie van een enge genetische stock
- voortdurende invoer van vreemde lijnen met het risico op insluip van nieuwe ziekten
- imkerpraktijken die vooral gericht zijn op medicamenteuze behandeling van de Varroa-mijt, een parasiet die momenteel de grootste schade aanricht.
Neem daarbij een landschap dat sinds de jaren 50 alsmaar meer bij-onvriendelijk is geworden en je zit met een mix aan bedreigende elementen die we niet zo maar even kunnen corrigeren. De Universiteit Gent heeft in deze problematiek haar verantwoordelijkheid genomen door de oprichting van een expertiseplatform genaamd Honeybee Valley. Het zorgt voor een thuisbasis van andere initiatieven die door de imkerij en de overheden worden genomen, zoals het Informatiecentrum voor Bijenteelt, het Vlaams Bijenteeltproject en het Praktijkcentrum Bijen. Honeybee Valley bundelt dus de krachten en is als het ware het Vlaamse bijeninstituut dat sterk geworteld is in een academische omgeving en met duidelijk internationale ambities.
Link naar de website