Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Zet natuurlijke vijanden in om plagen te bestrijden

DSC 6304

Roofmijten worden aan de compostbak onder een bijenkast toegevoegd.

Het verplicht hanteren van geïntegreerde bestrijding heeft het gebruik van een aantal methoden in een stroomversnelling gebracht. Het sparen van nuttige insecten als natuurlijke vijanden van specifieke plagen bestond al enige tijd, maar wordt nu ook meer en meer toegepast. Om ‘nuttigen’ in te zetten bij de strijd tegen verschillende plagen, is kennen en herkennen essentieel, zowel van de plagen als van hun juiste natuurlijke vijanden.

Nuttige insecten zijn o.a. gaasvliegen (Chrysopidae), lieveheersbeestjes (Coccinellidae), roofgalmuggen (Cecidomyiidae), roofmijten (Phytoseiidae), roofwantsen (Reduviidae), sluipwespen (Ichneumonidae), zweefvliegen (Syrphidae), kortschildkevers (Staphylinidae), loopkevers (Carabidae) of weekschildkevers (Cantharidae). Ze kunnen bladluis (Aphidoidea), spint (Tetranychidae), witte vlieg (Aleyrodidae), wolluis (Pseudococcidae), bloedmijten (Dermanyssus gallinae deg.), trips (Thysanoptera) en gal- (Phytoptidae, Eriophyidae & Diptilomiopidae) en roestmijten (Eriophdae) bestrijden en gaan hierbij op 2 manieren te werk. Ofwel parasiteren ze de schadelijke insecten, ofwel voeden ze zich met de schadelijke insecten waartegen ze worden uitgezet. De larven van de witte vlieg (Aleyrodidae) worden bijvoorbeeld geparasiteerd door sluipwespen (Ichneumonidae), maar bladluizen (Aphidoidea) worden leeggezogen door de larven van lieveheersbeestjes (Coccinellidae). Bij gebrek aan voedsel sterven de nuttige insecten af of verruimen ze hun biotoop op zoek naar nieuwe voedselbronnen. Nuttige insecten zijn dus volledig onschadelijk voor mens, dier en gewas en zullen zelf nooit een plaag worden. Doordat de natuurlijke vijand slechts één ander insect op het menu heeft staan, gaan ze zeer effectief te werk.

Naast de insecten zijn er ook vele soorten nematoden/aaltjes die parasiteren op een bepaald gastheerinsect. Specifiek worden aaltjes ingezet ter bestrijding van engerlingen (Scarabaeidae), larven van taxuskevers (Otiorhynchus sulcatus), varenrouwmuglarven (Sciara analis), emelten (Tipulidae) en mieren (Formicidae). Het zijn microscopisch kleine wormpjes die van nature in de grond voorkomen. Ze dringen het schadelijk insect binnen via natuurlijke lichaamsopeningen en infecteren hun prooi met specifieke bacteriën die het insect fataal worden. Daarna gebruiken de aaltjes de gastheer om zich te vermenigvuldigen waardoor bij ontbinding een nieuw leger aaltjes vrij in de grond komt om nieuwe prooien te infecteren.

Roofmijten tegen de varroamijt

Roofmijten worden in de biologische bestrijding ingezet tegen spint (Tetranychidae), trips (Thysanoptera), witte vlieg (Aleyrodidae) en weekhuid- (Tarsonemidae), gal- (Phytoptidae, Eriophyidae & Diptilomiopidae) en roestmijten (Eriophdae, maar blijken ook predatoren van varromijten (Varroa destructor) in bijenvolken te zijn. Ze scheuren hun prooien open met hun tangvormige monddelen, waarna ze de inhoud van de prooien leegzuigen via de mondopening. In de bijenkast is het belangrijk dat de roofmijten rechtstreeks vanuit de aarde bij de mijten in het bijenvolk kunnen komen.

Veldgids natuurlijke vijanden

Imkeren met roofmijten