Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Maak een bloeiboog

A005 S35 Hazelaar 4

Bloemenmengsels zaaien of bloembollen planten is de meest gekende manier om je steentje bij te dragen voor allerlei insecten. Voor bijen en andere bestuivers is het echter van belang dat ze aaneensluitend van februari tot en met oktober over een voldoende groot voedselaanbod beschikken. De periode waarin er – voor bijen bruikbare – bloeiende bloemen aanwezig zijn, wordt de bloeiboog genoemd. Deze werkt het beste als er een paar weken overlap is in het einde van de bloei van de ene soort en in de start van de bloei van de andere soort en. Mocht door weersomstandigheden de bloeiperiode een soort net een beetje vroeger of later starten, dan valt er geen gat in de bloeiboog. Zo voorkom je dat wilde bijen heel ver moeten vliegen om toch aan voedsel te komen, of dat ze verhuizen naar een beter habitat of zelfs helemaal verdwijnen. Bovendien vliegen niet alle soorten bestuivers op het zelfde moment in het jaar. Een langere bloeiboog zorgt er dus voor dat meer soorten bestuivers bediend worden.

Zelf aan de slag

Heb je een bestaande tuin met al aardig wat planten, dan kun je het beste observeren of er ‘gaten’ in de bloei zijn en deze opvullen. Houd ook rekening met wat bij je buren groeit. In veel tuinen staat in april, mei en juni van alles in bloei, maaraar insecten hebben ook in het vroege voorjaar (feb-maart) en het late najaar stuifmeel én nectar nodig. Net op deze cruciale momenten is het voedselaanbod vaak schaars.

Heb je een kleine tuin, dan ben je vooral aangewezen op bloemenmengsels, bloembollen en kruidachtigen. Hierbij is het goed om weten dat éénjarige soorten over het algemeen vooral nectar leveren en geen stuifmeel. Nectar zijn suikers die zorgen voor de nodige energie om bijvoorbeeld voedsel te halen, maar stuifmeel bevat eiwitten die van groot belang zijn in de voortplanting van een soort. Voor wilde bijen en ook andere insecten zijn daarom twee- en meerjarige soorten aantrekkelijker. Als je meer plek hebt, kan je beter je pijlen richten op struiken en bomen. Een goed gekozen struik of boom vraagt, nadat die eenmaal is aangeslagen, nauwelijks onderhoud. Doordat bomen en struiken de hoogte gebruiken, hebben ze veel meer oppervlakte voor dracht voor insecten dan een horizontaal veldje bloemen.

Vroegbloeiende planten

  • Winterkamperfoelie (Lonicera fragrantissima): jan-febr-maart
  • Hazelaar (Corylys avellana): jan-febr-maart
  • Kerstroos (Helleborus): jan-febr-maart
  • Winterheide (Ericaceae): jan-febr-maart-april

Lentebloeiende planten

  • Boswilg (Salix caprea): maart-april
  • Gele kornoelje (Cornus mas): maart-april
  • Judaspenning (Lunaria anua): april-mei-juni

Laat bloeiende planten

  • Phacelia (Phacelia tanacetifolia): april-mei-juni-juli-september
  • Sporkehout/Vuilboom (Ramnus frangula): mei-juni-juli-augustus-september
  • Lavendel (Lavendula angustifolia): juni-juli-augustus-september-oktober
  • Ijzerhard (Verbena bonariensis): juni-juli-augustus-september-oktober
  • Bijenboom (Tetradium daniellii): juli-augustus
  • Vlinderstruik (Buddleja davidii): juli-augustus-september
  • Hemelsleutel (Hylotelephium telephium): juli-augustus-september-oktober-november
  • Herfstaster (Aster novae-angliae) augustus-september-oktober-november-december
  • Klimop (Hedera helix): september-oktober-november

Het leven van een vliegende solitaire bij komt vaak overeen met de bloeiduur van de door hen bezochte bloemen. Afhankelijk van de soort is een wilde bij daarom maximaal 3 maanden per jaar te zien. Met name de soorten die in de zomer actief zijn hebben het zwaar, omdat er in de zomer vaak te weinig bloemen beschikbaar zijn. Dit komt o.a. doordat onder invloed van de klimaatverandering veel soorten eerder in bloei staan dan verwacht wordt, waardoor wilde bijen nogal eens de bus missen. Wil je het hele jaar door bijen kunnen voeden in jouw tuin? Zorg dan dus voor grote variatie aan bloemen die elkaar afwisselen in bloei en groei.