Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Maai het gazon gefaseerd

A002 Sinusbeheer2

Het gazon kan doorgaan als de groene long van de tuin, want - nog méér dan planten - zet gras CO2 om in zuurstof. Uit milieuoverwegingen leg je toch beter geen voetbalveld aan, want het maaien van grote oppervlakten gebeurt dan weer met energieverslindende machines, lawaai en benzinewalm inbegrepen. Bovendien gaan bijen je biljartgazon volledig voorbij.

Een gazonnetje is absoluut prima, maar het hoeft niet de hele tuin te beslaan. Er zijn genoeg alternatieven die minder energie vragen en de tuin ook het hele jaar door groen kleuren. Een eenvoudig, maar lumineus idee, is om niet al het gras te maaien, maar er patronen in te maaien – een weggetje en een paar 'pleintjes' bijvoorbeeld. De meest natuurlijke manier is een cirkel onder een boom, een strook op het einde van je gazon, de buitenste randen of net een groot vak in het centrum. Bij dit mozaïek-maaien spaar je een deel van het maaiwerk uit en maak je het maaien spannend. Bovendien is een stuk lang gras een biotoop op zich. Door het maaisel af te voeren, wordt de bodem stikstofarmer of schraler. Dat is bijna altijd interessanter voor de plantenbiodiversiteit. Op gronden die minder vervuild zijn met stikstof, leeft doorgaans een grotere variatie aan planten en dieren.

Heb je een groter stuk gazon of een stuk grasland, dan kan je sinusbeheer eens uitproberen. Door met bochten te werken (sinussen), creëer je overal een microklimaat, windluwe plekjes, vochtigere of drogere omgevingen en koelere of warmere zones waar een grote diversiteit aan soorten zijn plekje in vindt, op ieder moment van de dag en dit over het ganse perceel.

Sinusbeheer

Je begint ergens vroeg in het voorjaar met een sinuspad door het gras heen te maaien. Omdat dit pad lager ligt, creëer je een goed klimaat voor insecten. Door het hoge gras eromheen blijft het gemaaide pad warmer. Laat ongeveer 40% van de vegetatie staan. Wanneer je na enige tijd de tweede maaironde doet, maai je aan de binnenkant van het sinuspad het hoge gras weg. Het maaisel ruim je pas op een later tijdstip af. Aan het sinuspad zelf doe je niks. Je hebt dus laag gras op het pad, middelhoog gras uit de tweede maaibeurt en het gras buiten het sinuspad dat blijft staan. In een volgende ronde maak je een nieuw grillig sinuspad en kies je de stukken die zijn blijven staan uit de eerste maaironde. Door altijd 10% van de vegetatie langer dan een jaar te laten staan, creëer je bovendien ook overwinteringszones voor faunasoorten.