Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Kies voor bijnenvriendelijke, meerjarige akkerranden

A047 DSC0163

Inagro, Dries Luyten

Bloemrijke akkerranden spelen een belangrijke rol in het tegenhouden van de achteruitgang van bestuivers. Doordat ze dicht bij het gewas liggen, is hun invloed groter dan verder afgelegen landschapselementen. Door hun langgerektheid beïnvloeden akkerranden vanzelf een groot deel van de akker. Eénjarige bloemenranden bieden vliegende, natuurlijke vijanden van plaagsoorten tijdens het groeiseizoen het noodzakelijke aanvullende voedsel. Meerjarige akkerranden leveren dan weer een schuilplaats en leefgebied voor nuttige insecten als er geen gewassen meer op de akkers staan. Oudere en dus meerjarige akkerranden resulteren in meer diversiteit van bezoekende insecten dan nieuw aangelegde randen. Het eerste jaar is er wel weinig bloei, daarom worden ze vaak gemengd met eenjarige bloemen.

Om het jaar rond stuifmeel ter beschikking te hebben voor de nuttige insecten, is het belangrijk om voor een goede soortensamenstelling te kiezen. Het is ook wenselijk om de samenstelling af te stemmen op de teelt. Een goede keuze van akkerrand kan plaag onderdrukkend werken, waardoor het aantal insecticide-behandelingen verminderd of zelfs vermeden kan worden. De plaagsoort mag vanzelfsprekend niet versterkt worden door de aangelegde akkerrand. Zo worden vlinderplanten en bepaalde kruisbloemigen best vermeden bij koolteelt, aangezien het waardplanten van veel koolplagen zijn. Een bloeiende akkerrand kan best ook als een aanvulling van reeds aanwezige bermen worden gezien. Fluitenkruid ( Anthriscus sylvestris) komt bijvoorbeeld in het voorjaar in zeer veel bloeiende bermen voor. Geef in dit geval de voorkeur aan andere schermbloemigen voor de akkerrand zoals koriander (Coriandrum sativum) en venkel (Foeniculum vulgare).

Akkerranden vragen een betrouwbare, goede en snelle opkomst. Ze moeten, geholpen door een juiste aanpak bij de aanleg, snel dichtgroeien. Boekweit (Fagopyrum esculentum ) gaat bij voorbeeld mede door zijn snelle groeiontwikkeling onkruiden onderdrukken. Meerjarige akkerranden, zelfs zonder grassoorten in het oorspronkelijke mengsel, gaan na verloop van tijd wel vergrassen. Een goed beheerd graskruidenmengsel moet moeiteloos 5 jaar een goede biodiversiteitswaarde blijven behouden. Na 5 tot 7 jaar is het aan te raden om de meerjarige akkerrand te hernieuwen.

De eerste maanden bestaat het beheer van de meerjarige akkerrand uit onkruidbeheersing. Na 2 maanden kan bij hoge onkruiddruk al een eerste keer gemaaid worden op 10 à 15 cm. Nadien wordt deze vaste bloemenweide meestal 2 keer per jaar gemaaid: half juli na de eerste bloei om hergroei en –bloei te genereren en voor half september. Zo is er nog een gedeeltelijke hergroei waardoor de rand voldoende ruig de winter in gaat en overwinteringsgelegenheden biedt voor insecten en andere soorten. Maai bij voorkeur gefaseerd en laat het maaisel enkele dagen liggen vooraleer je het afvoert zodat zaden kunnen afrijpen en insecten kunnen schuilen in de resterende vegetatie.

De aanleg en het beheer van akkerranden hebben uiteraard een financiële kost. Toch zijn de baten niet onbelangrijk. Ze zijn een lust voor het oog, dragen sterk bij aan de biodiversiteit, het imago van de landbouw en de aantrekkelijkheid van het landbouwlandschap.