Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Geef elke stad zijn Central Parc

Gert Arijs 20220425 121754 6361

Stadspark Aalst

Grote stadsparken

In de 19de eeuw werd in een aantal wereldsteden een groot stadspark uitgerold. Het meest tot de verbeelding sprekend is Central Parc op het eiland Manhattan in New York. Het contrast tussen de wolkenkrabbers en het stukje natuur van wel 341 ha kan niet groter zijn. Met zijn 25 miljoen bezoekers per jaar is het het meest bezochte park van de Verenigde Staten. We kennen het van film en tv-programma’s en wie ooit de kans krijgt om New York te bezoeken mag niet nalaten om hier even een frisse neus op te halen om de hectische grootstad even te ontvluchten. Central Parc is een uitgelezen voorbeeld voor deze maatregelenreeks omdat het volledig is aangelegd en dus ontdaan van een historische voorbestemdheid. Zestien jaar heeft het geduurd, en wel 500.000 bomen en planten werden in aanvang geplant. In die zin verschilt het o.a. van Bois de Boulogne in het 16de arrondissement van Parijs, dat van oudsher altijd een bos is geweest en in 1852 door de stad Parijs werd opgekocht om in de daaropvolgende jaren een grondige facelift te krijgen met voetpaadjes en grasvelden. Het hoeft geen betoog dat zulke stadsparken, naast een oase van rust en een unieke plaats om de drukte van de grootstad even te ontvluchten, ook bijzondere stukjes natuur zijn met een onwaarschijnlijke biodiversiteit. Dat bijen het vaak uitstekend doen in steden is hier niet vreemd aan. Ook ons eigen Brusselse Ter Kamerenbos is een uitloper van een ‘oer’woud, met name het Zoniënwoud.

Huidige uitdagingen

Het behoeft natuurlijk een flinke brok politieke moed om in de 21ste eeuw een gelijkaardig project aan te vatten. Met grondprijzen die de pan uitswingen, de lokroep van lucratieve megaprojecten of industriële activiteiten en de spreekwoordelijke baksteen in onze maag die ondertussen ruimtelijk zijn verzadigingspunt heeft bereikt, is dit zeker niet evident. Toch ‘het kan’, of moet ik beginnen met te zeggen ‘het had gekund’. Als babyboomer uit het Kempense Geel heb ik mijn jeugd gesleten op de Werft, een lap grond tussen de Anemoonstraat en de Sint-Amandskerk. Er waren percelen waar maïs op stond, ook wat grasland dat we gebruikten als voetbalveldje en verder nog struiken en bosjes waar het fantastisch was om te ravotten. In Geel anno de zeventiger jaren kwamen de landerijen van de boer nog tot bijna aan het hart van de stad (toen nog gemeente). Ik heb de stad verlaten op mijn 18de voor mijn studies en heb ze gaandeweg vanop een zekere afstand zien veranderen. Nu heb je op de Werft vooral veel gebouwen voor openbare voorzieningen en vermaak (zwembad en bioscoop) en parking. Een groot stadspark op een boogscheut van de markt was zoveel waardevoller geweest. Er zijn in Geel weliswaar ook leuke groene plekjes bijgekomen, maar niet van de omvang van de Werft. Ik besef dat het naïef is om in het huidige tijdsbeeld te dromen van nieuwe stadsparken die hier en daar zouden ontluiken. Of om te hopen dat men megaprojecten als Uplace in Vilvoorde zou om-tunen tot een groene oase zonder commerciële belangen. De offers die we willen brengen voor natuuruitbreiding zijn duidelijk inferieur aan deze voor bijvoorbeeld de havenuitbreiding in Antwerpen en elders, waarbij zelfs ganse dorpen van de kaart zijn geveegd. Wanneer gaan we onze prioriteiten terug herschikken? – Dirk.