Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Gebruik de gelaagheid van je tuin

A004 IMG 0301

Aan bosranden kan je vaak een mooie gelaagdheid terugvinden: grote bomen in het bos, de bosmantel met struweelvegetatie, de zoom met ruigtekruiden en het grasland. De gelaagde opbouw van een natuurlijk bos vormt vaak de inspiratie voor de tuin, aangezien een bosrand de best mogelijke imitatie is van een ‘natuurlijke’ vegetatie. Door het aanplanten van bomen en struiken kan je de sfeer van een bosrand nabootsen in je tuin. Bijvoorbeeld door de hoogste laag te laten bestaan uit kleine bomen of struiken en daaronder een struiklaag te voorzien met lager blijvende planten. Heb je een kleine tuin? Ook daar is het mogelijk om gelaagdheid toe te passen; denk maar aan een struik met schaduwplanten aan de voet of een haag waaronder voorjaarsbollen bloeien. Zelfs in heel kleine stadstuintjes, niet groter dan enkele vierkante meter, kun je het principe van gelaagdheid toepassen. Zo kun je de boomlaag vervangen door een klimplant. Klimplanten op achtergevels of tuinmuren maken de hoogste laag uit. Aan de voet van de klimplant voorzie je dan lager blijvende planten die de bodem bedekken.

Voordelen

Een gelaagde begroeiing is zelfregulerend. De ‘hogere’ lagen houden immers de ‘lagere’ op een natuurlijke wijze onder de knoet. Een mooi in elkaar overvloeiende gelaagde beplanting vraagt dus weinig onderhoud. Als je etagegewijs aanplant, kun je per m² veel meer planten zetten, waardoor de biodiversiteit in je tuin vergroot. Voorzie je veel planten met verschillende bloeitijdstippen, dan valt er vanaf de vroege lente tot in de late herfst en zelfs in de wintermaanden wat te beleven in de tuin. Een gespreide bloeiperiode maakt je tuin interessant voor heel wat nuttige insecten, omdat er dan bijna altijd nectar en stuifmeel is. Bomen, klimplanten en struiken bieden ook schuilplaatsen, voedsel en nestgelegenheid aan vogels en insecten. En je trekt er natuurlijke vijanden aan, zoals lieveheersbeestjes en zweefvliegen, die maken dat luizen en andere plagen weinig kansen krijgen.

Plantenkeuze

  • Grote struiken of kleine bomen: hazelaar (Corylus avallana), wilde liguster (Ligustrum vulgare), gele kornoelje (Cornus mas), mispel (Mespilus germanica)
  • Kleine struiken: bosroos (Rosa arvensis), aalbes (Ribes rubrum), boerenjasmijn (Philadelphus coronarius)
  • Klimplanten voor in de (half)schaduw: bosrank (Clematis), klimop (Hedera helix), wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum)
  • Laagblijvende schaduwplanten voor onder struiken en hagen: bosaardbei (Fragaria vesca), daslook (Allium ursinum), donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum)
  • Bollen en vaste planten: wilde hyacint (Hyacinthoides non-scripta), gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum), bosanemoon (Anemonoides nemorosa), speenkruid (Ficaria verna)