Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Beperk KI tot de gemotiveerde aanparing in het selectiewerk

DSC 0194

Kunstmatige of artificiële inseminatie wordt in de imkerij als het ultieme middel gezien om aan gecontroleerde en gerichte selectie te doen. De imker heeft de bevruchting volledig zelf in de hand, want hij kan zowel moeder- als vaderlijn kiezen. Het vergt echter heel wat ervaring en een goede voorbereiding om zowel moer als darren op het juiste moment gezond en klaar te krijgen.

Een bevruchting resulteert bij de koningin in een volledige gedragsverandering wat het einde van de bronst typeert. Als deze bevruchting kunstmatig door de imker werd uitgevoerd, wordt het natuurlijke proces gedeeltelijk nagebootst. Er kunnen fysiologische onvolmaaktheden voorkomen en mogelijks komt de eileg pas later op gang in vergelijking met natuurlijk bevruchte moeren. Daarnaast wordt een belangrijk luik van de natuurlijke selectie buiten spel gezet doordat de imker handmatig de darren uitkiest in plaats van de onderlinge competitie tussen darren te laten voorafgaan aan de paring. Als de imker kunstmatige inseminatie herhaaldelijk toepast op zijn volken, is de kans reëel dat de genenpoel van de gekozen darren verengd is. Om deze redenen zou het onverantwoord zijn kunstmatige inseminatie ongelimiteerd toe te passen. Echter, in het kader van een gerichte selectie waarbij we - voor een beperkt aantal generaties - de keuze van de darrenpopulatie zelf in handen nemen om een bepaald kenmerk in een bijenpopulatie te bestendigen, is kunstmatige inseminatie reeds zeer zinvol gebleken. Allerlei kweekprogramma’s maken gebruik van kunstmatige inseminatie om specifieke lijnen met elkaar in te kruisen. Sommige passen zelfs inseminaties toe met sperma afkomstig van 1 dar (Single drone insemination). Hierbij is het telkens belangrijk om herhaaldelijk ‘vers bloed’ in de populatie binnen te brengen om de genetische diversiteit hoog te houden en inteelt te vermijden.

De techniek

Voor het bekomen van sperma worden darren van de juiste leeftijd afgetapt. De ideale leeftijd is 42-44 dagen na eileg. Deze darren haal je uit de darrenvliegkooi je bovenop het darrenvolk plaatstte. Met de juiste roltechniek laat je endophallus uitstulpen en komt het sperma beschikbaar. Dit dien je onder hygiënische omstandigheden op te trekken in een glazencapillair. Elke dar geen ongeveer 1 µl sperma. Onder de ideale omstandigheden heb je dus minimum 10 darren nodig voor de artificiële bevruchting van een koningin.

Bij kunstmatige inseminatie wordt de koningin met CO2 verdoofd en in een houdertje () geplaatst waarbij de punt van het achterlijf uitsteekt. Met behulp van 2 haken wordt de vulva opengehouden. Een glazen capillair gevuld met sperma wordt onder een hoek van ongeveer 45°C tot bij de moer geplaatst. Een exacte hoeveelheid sperma (gemiddeld 10-12 μl) wordt in de moer ingebracht. Na inseminatie wordt de koningin uit de houder gehaald en kan ze rustig in de vliegkooi of onmiddellijk in het volkje ontwaken. Eenmaal wakker wordt ze in een bevruchtingskastje door begeleide werksters verder verzorgd. 3 tot 7 dagen later gaat ze normaal aan de leg.