Menu

Fix It

Wat kunnen imkers, landbouwers, natuurliefhebbers, beleidsmakers en burgers concreet doen om het tij te keren?

Zoeken




Behoud kleine landschapselementen (KLE's)

A039 DSC 1677

Vlaamse Ardennen

Houtkanten/heggen, groep van bomen, poelen, grachten en bomenrijen zijn kleine landschapselementen (KLE’s) die een bepaalde streek kenmerken. Verschillen in aard, hoeveelheid en samenhang van KLE’s dragen bij aan de karakteristieke kenmerken van het landschap. Ze hebben veelal een historische achtergrond: de invloed van de mens op het landschap doorheen de tijd is er dan in terug te vinden. Kleine landschapsdetails zijn natuureilandjes die als mini-natuurgebied beschouwd kunnen worden. Talloze vogels, kleine zoogdieren, insecten en plantensoorten zijn van KLE’s afhankelijk. Ze vormen belangrijke corridors tussen groenpolen waarlangs dieren van het ene natuurgebied naar het andere kunnen migreren. VOok vor bijen zijn ze van groot belang doordat ze hen zowel voedsel, nestplaats als beschutting bieden.

De afgelopen decennia zijn KLE’s echter in grote aantallen verdwenen. De achteruitgang is dikwijls een gevolg van het verlies van de vroegere functies zoals veekering, brand- en hakhoutvoorziening. Ook de snelle mechanisatie in de landbouw was voor veel KLE's nefast. Als een van de voornaamste grondbeheerders spelen landbouwers een belangrijke rol bij het invoeren en in stand houden van landbouwsystemen. Ze hebben een maatschappelijke rol waarin ze bijdragen tot het behoud en het verbeteren van de biodiversiteit in het agrarisch landschap. De overheid ondersteunt dan ook de aanleg en het behoud van deze KLE’s door middel van de beheerovereenkomst ‘Aanleg en onderhoud van haag, heg of houtkant’. Helaas leeft bij veel landbouwers de schrik dat nieuwe KLE’s in de toekomst niet meer zullen kunnen weggehaald worden. Toch hebben KLE’s ook voor de landbouwer allerlei voordelen. Zo bevorderen ze het ecologische evenwicht doordat ze een aantal diersoorten herbergen die plaagsoorten op landbouwgewassen kunnen bestrijden. Bovendien creëren ze een aangepast microklimaat, waardoor landbouwgewassen beter kunnen groeien en vee een schuilplaats vindt tegen te sterke zon of regen.

Kies bij het aanleggen van een KLE voor bijenvriendelijke bomen en struiken. Maak onder meer gebruik van wilgen (Salix spp.), éénstijlige en tweestijlige meidoorn (Crataegus monogyna & laevigata), Gelderse roos (Viburnus opulus), gewone vogelkers (Prunus padus), hondsroos (Rosa canina), gele en rode kornoelje (Cornus mas & sanguinea), sleedoorn (Prunus spinosa), sporkehout (Frangula alnus), wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus L.), wilde liguster (Ligustrum vulgare), hulst (Ilex aquifolium), veldesdoorn (Acer campestre), brem (Cytisus scoparius), wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) en winterlinde (Tilia cordata).