Menu

Projectportfolio

Laat onze onderzoeksthema's en -potentieel een inspiratiebron zijn om samen nieuwe horizonten te verkennen

Immuniteitsrespons van de tseetseevlieg op een bacteriële symbiont

De tseetseevlieg, Glossina sp., is de biologische vector van de eencellige parasiet Trypanosoma sp. en komt enkel voor in sub-Sahara Afrika. De parasiet veroorzaakt Afrikaanse trypanosomiasis, bij de mens beter bekend als de slaapziekte. Hiervan zijn naar schatting momenteel 20 000 mensen getroffen en lopen 65 miljoen mensen risico (bron: WHO). Bovendien komt Afrikaanse trypanosomiasis ook voor bij dieren. In de veeteelt alleen wordt de ziekte geraamd 1 miljard €/jaar economisch verlies te veroorzaken (bron: FAO).

Tseetsee Development

Naast de trypanosoom parasiet is de tseetseevlieg ook de gastheer van symbiotische bacteriën. In nagenoeg alle tseetsee-weefsels (darm, speekselklieren, hemolymfe, enz.) en zowel intra-als extracellulair komt de recent verworven symbiont Sodalis glossinidius voor. Hoewel deze bacterie voorkomt in alle laboratorium-gekweekte tseetseevliegen, varieert de prevalentie in natuurlijke populaties van 0 tot-62 %.

Hoe het immuunsysteem van de tseetseevlieg reageert op Sodalis en hoe dit de bacteriële populatie onder controle houdt is echter niet duidelijk. Ook de discussie of de bacterie een invloed heeft op de trypanosoom-ontwikkeling in de vlieg blijft controversieel. Daarom heeft dit project 2 belangrijke doelstellingen.

Doelstellingen van dit project:

1.       Achterhalen welke immuniteitsgenen van de tseetseevlieg een rol spelen in de controle van de recent verworven symbiont Sodalis glossinidius

2.       Bepalen of deze symbiont-geïnduceerde immuniteit een invloed heeft op de trypanosoom-ontwikkeling in de tseetseevlieg

Achterhalen hoe het immuunsysteem van de tseetseevlieg reageert op de symbiont Sodalis

Om te achterhalen welke tseetsee immuniteitsgenen een rol spelen in de controle van de bacteriële symbiont Sodalis maken we gebruik van twee technieken. Eerst brengen we de Sodalis-responsieve tseetsee-genen in kaart door middel van volledige transcriptoom sequencing. Hierbij wordt het mRNA van tseetseevliegen uit verschillende experimentele condities geanalyseerd om een totaalbeeld te krijgen van de tseetsee respons op Sodalis. Vervolgens maken we een selectie van de betrokken immuniteitsgenen en gaan we na wat hun rol is bij de controle van Sodalis. Dit laatste doen we door de expressie van specifieke tseetsee-genen stil te leggen door een techniek die RNAi-silencing heet en te kijken wat de impact hiervan is op de Sodalis populatie. Op deze manier hebben we een directe aanwijzing of de genen betrokken zijn bij het onder controle houden van Sodalis.

Bepalen of de symbiont-geïnduceerde immuniteit een invloed heeft op trypanosoom-ontwikkeling

Eens we weten welke tseetsee immuniteitsgenen betrokken zijn bij de controle van Sodalis, kunnen we nagaan of deze symbiont-geïnduceerde respons ook een invloed heeft op de trypanosoomontwikkeling in de vlieg. Daarvoor leggen we wederom de expressie van specifieke tseetsee-genen stil en gaan we het effect hiervan na op de parasiet-ontwikkeling en transmissie in de tseetseevlieg. Hiervoor werken we met Trypanosoma brucei brucei parasieten die de ziekte bij dieren veroorzaakt en die dezelfde complexe ontwikkelingscyclus heeft als de twee T. brucei sp. mens-pathogene parasieten.   Dit project wordt uitgevoerd binnen de eenheid Veterinaire Protozoölogie in het Departement Biomedische Wetenschappen van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Het project is een onderdeel van een grotere studie waarbij de tripartiet-interacties onderzocht worden tussen het immuunsysteem van de tseetseevlieg, de Sodalis symbiont, en de parasiet Trypanosoma brucei brucei (SOFI-ITG financiering).